Landgoed Scherpenzeel – Historisch landgoed in coulisselandschap

8 minuten leestijd

Landgoed Scherpenzeel is met zijn 1.075 hectare een van de grootste particuliere landgoederen van Nederland. De kern van het landgoed wordt gevormd door Huis Scherpenzeel, een buitenplaats in het gelijknamige dorp. Dit witgepleisterde omgrachte landhuis wordt omgeven door een landschapspark waarin zich ook een koetshuis en poorthuis bevinden.

Landgoed Scherpenzeel is sinds haar eerste vermeldingen in de veertiende eeuw maar één keer verkocht, en de afstammeling van deze koper zijn nog steeds eigenaar van het landgoed. Het landgoed bestaat voor tweederde uit landbouwgronden en voor een derde uit natuurgebieden. Op het landgoed is relatief veel van het oude agrarische cultuurlandschap van de Gelderse vallei bewaard gebleven. Het bevind zich in een halfopen coulisselandschap waar veel van de landbouwpercelen zijn omzoomd door houtwallen of elzensingels. Op het landgoed liggen 23 pachtboerderijen, te herkennen aan de karakteristieke blauw-witte luiken, en voor de streek typerende monumentale schaapskooien.

Kasteel Scherpenzeel – Mottekasteel bij landweg door drassig moeras op de grens van Utrecht en Gelre

Huis Scherpenzeel

Scherpenzeel ligt in de Gelderse Vallei. Deze vallei ligt ingeklemd tussen de stuwwallen van de Utrechtse Heuvelrug en de Veluwe. In het oosten van de Gelderse Vallei ontspringen diverse laaglandbeken die in westelijke richting stromen, zoals de Lunterse beek die 800 meter zuidelijk van Huize Scherpenzeel stroomt. De Utrechtse Heuvelrug blokkeert de verdere afwatering naar het westen, waardoor alle beken naar hetzelfde lage punt stromen en uiteindelijk in de Eem uitmonden. Door de slechte afwatering in de relatief laaggelegen Gelderse Vallei waren er in dit gebied in de loop der eeuwen grote moerassen ontstaan.

Scherpenzeel is gesticht op de flanken van een dekzandrug dwars door deze moerassen heen, op de grens tussen het Sticht Utrecht en het Hertogdom Gelre. In 1254 werd ‘Scarpenzele’ (‘versterkte zaal’) voor het eerst genoemd. Het betrof waarschijnlijk een mottekasteel omringd door een gracht.

Tussen de bisschoppen van Utrecht en de hertogen van Gelre waren regelmatig twisten en oorlogen, waardoor Scherpenzeel door de eeuwen heen dan weer Utrechts, dan weer Gelders bezit was. De eerste vermelding van Huis Scherpenzeel dateert uit 1370. Het was toen een omgrachte woontoren. In dat jaar geeft de hertog van Gelre het huis met twee morgen (een kleine twee hectare) grond in leen aan Johan van Scherpenzeel. De geringe omvang van het leen is opmerkelijk: in feite betreft het alleen de woontoren. Maar deze woontoren was wel gelegen op een strategische belangrijke locatie aan de landweg over de dekzandrug van Utrecht (hoofdstad van het Sticht Utrecht) naar Arnhem (hoofdstad van het kwartier Veluwe van het Hertogdom Gelre) dwars door de drassige Gelderse Vallei. Bovendien lag de woontoren vlak bij een voorde (doorwaadbare plaats) door de Lunterse beek.

Landgoed Scherpenzeel – Van heerlijkheid naar buitenplaats

Het geslacht van Scherpenzeel blijft daarna eeuwenlang eigenaar van de heerlijkheid en landgoed. Door de aankoop van grond, hofsteden en rechten (en wellicht ook door huwelijken) heeft deze familie haar machtspositie en de omvang van het landgoed in de loop der eeuwen verder uitgebouwd. Het geslacht van Scherpenzeel blijft heer van Scherpenzeel totdat de heerlijkheid in 1636, via het huwelijk van Aleyd van Scherpenzeel met de edelman Hendrik van Westerholt overgaat op de familie van Westerholt. In 1652 lieten Aleyd en Hendrik de woontoren verbouwen en uitbreiden tot woonhuis. Aan beide zijden van de oorspronkelijke woontoren werden woonvleugels gebouwd en de woontoren werd het trappenhuis. Ook breide het geslacht Van Westerholt het grondgebied van landgoed Scherpenzeel enorm uit.

Poorthuis.Scherpenzeel

In 1753 erfde Carel van Westerholt het huis maar hij woont er nauwelijks vanwege een langdurig gevangenisverblijf. Na zijn dood ontstaat er een twist rond de erfenis maar uiteindelijk erfde in 1785 een neef Landgoed Scherpenzeel waardoor huis en landgoed voor het eerst in haar geschiedenis in 1793 verkocht werden. Johannes Sebastiaan Van Naamen, een Utrechtse Muntmeester rijk geworden met specerijenhandel in de VOC, kocht huis en heerlijkheid om, net als vele andere patriciërs in die tijd, zijn status te verhogen. Hij voegde vervolgens ‘van Scherpenzeel’ toe aan zijn achternaam.

In de volgende eeuwen hebben de Van Naamen van Scherpenzeels het landgoed fors verder uitgebreid door aankoop van grond, boerderijen en een deel van het dorp Scherpenzeel. Ook werd het landgoed uitgebreid met eigendomsbestanddelen in de vorm van rechten, zoals het tiendrecht, erfpachtrecht en jachtrecht. Waren de tiend- en de erfpachtrechten van economisch belang, het jachtrecht was van belang vanwege de rol die de jacht had binnen de aristocratische levensstijl op de buitenplaats.

Buitenplaatsboerderij Het Dorp

De laatste mannelijke Van Naamen van Scherpenzeel overleed in 1852. Daarmee vererfde het landgoed aan Benudina Maria van Naamen van Scherpenzeel die getrouwd was met de Utrechtse notabel Herman Royaards. Dit echtpaar lieten Huis Scherpenzeel rond 1857 grootscheeps verbouwen tot een modieuze buitenplaats in neo-gotiek-stijl voorzien van torenvormige accenten en borstwering met kantelen en werden huis en bijgebouwen wit gepleisterd. Hierbij krijgt het huis ongeveer haar huidige vorm. Ook werd er rondom het huis een 6,7 hectare groot park aangelegd in de Engelse landschapsstijl met diverse vergezichten. Daarnaast werden een Poorthuis, Koetshuis en Jagershuis gebouwd.

Bovendien investeerde dit echtpaar ook fors in de aankoop van huizen in het dorp en boerderijen. Tevens werden alle houten boerderijen op het landgoed vervangen voor stenen exemplaren. Een voorbeeld hiervan is boerderij ‘Het Dorp’ naast het park. Ook breiden zij het grondgebied van het landgoed verder uit, waardoor het oppervlak bij hun overlijden bijna was verdriedubbeld tot ruim 1500 hectare.

Coulisselandschap.Scherpenzeel

In 1899 erven de drie jongste kinderen van het echtpaar van Royaards landgoed Scherpenzeel en sinds die tijd is het landgoed in bezit van afstammelingen van deze drie Royaardsen. De laatste eeuw werden achtereenvolgens en om diverse redenen boerderijen, huizen en losse percelen land verkocht en vind een afname van het oppervlakte van het landgoed plaats tot de 1075 hectare die het landgoed nu nog groot is. Huis Scherpenzeel vormt de kern van het landgoed, maar naast in Scherpenzeel, liggen ook diverse percelen van het landgoed in de naastliggende plaatsen Woudenberg, Renswoude, De Glind en Achterveld. Verspreid over het grondgebied van het landgoed liggen 23 pachtboerderijen en een aantal dienst- en beheerderswoningen. Deze zijn te herkennen aan de luiken geschilderd in zandlopermotief in de blauw-witte kleuren van het landgoed.

In 1975 werd Huis Scherpenzeel geschonken aan de gemeente Scherpenzeel. Deze heeft het op haar beurt in 2005 in erfpacht gegeven aan de Stichting Geldersche Kastelen. De landerijen bleven in het bezit van afstammelingen van drie jongste kinderen van Benudina en Herman.

verrekijker

Bezienswaardigheden op Landgoed Scherpenzeel

  • Landgoed Scherpenzeel. Op het 1075 hectare grootte landgoed liggen 23 pachtboerderijen, veelal te herkennen aan in zandlopermotief geschilderde luiken in de blauw-witte kleuren van het landgoed in combinatie met voor de streek typerende monumentale schaapskooien.
    • Historische Buitenplaats Huis Scherpenzeel (Burgemeester Royaardslaan 1). Buitenplaats Huis Scherpenzeel vormt de kern van landgoed Scherpenzeel. Het buitenplaatscomplex is grotendeels intact gebleven en bestaat uit:
      • Huis Scherpenzeel. Omgrachte buitenplaats bestaande uit twee parallel lopende vleugels. Gebouw is gesticht in de 14e-eeuw als woontoren, uitgebreid in de 16e- /17e-eeuw en grootschalig verbouwd tot buitenplaats in 1857-1859. Het is toegankelijk via een toegangsbrug over de kasteelgracht.
      • Historische tuin en park. Rondom het park uit 1859 bevind zich een gietijzeren hekwerk met spijlen en pijlpunten met vijf toegangshekken.
        • Vijver
        • Tuinmuren. Rondom Huis Scherpenzeel bevinden zich een drietal tuinmuren, waaronder de moestuinmuur
        • Restant ijskelder (50 meter oostelijk van Huis Scherpenzeel in kasteelpark)
      • Poorthuis (Dorpsstraat 186). Vroegere tuinmanswoning uit 1858 naast de ingang van het park naar Huis Scherpenzeel.
      • Koetshuis (Burgemeester Royaardslaan 3). Gebouw uit 1857 in neogotische stijl bestaande uit drie parallelle vleugels.
      • Buitenplaatshoeve ‘Het Dorp’ (Vlieterweg 11, Scherpenzeel). Boerderij aan de rand van het kasteelpark. Hoeve uit 1868 met herenkamer daar waar zich de gevelvoorsprong bevind, met eigen ingang aan de rechterkant.
      • Jagershuis of De Koepel (Broekerweg 23). Jachthuis aan de Lunterse beek.
    • Monumentale pachtboerderijen, waaronder:
      • Hoeve Oud Willaer(Oud Willaer 74, Scherpenzeel).
      • Hoeve ‘Ebbenhorst’ (Barneveldsestraat 4, Scherpenzeel) uit de 17e-eeuw.
      • Hoeve ‘Groot Schaik’ (Veenschoterweg 6, Scherpenzeel).
      • Hoeve ‘Klein Oudenhorst’ (Oudenhorsterlaan 23) uit 1850 met bakhuis.
      • Hoeve ‘Het Tweede Broek’ (Broekerweg 11, Woudenberg).
      • Hoeve ‘Groot Ruwinkel’ (Ruwinkelseweg 3, Scherpenzeel).
      • Hoeve ‘Het Vliet’/’t Vliet’ (Vlieterweg bij 145, Woudenberg).
      • Hoeve ‘Groot Orel’ (Barneveldsestraat 3, Scherpenzeel).
      • Hoeve ‘Bruinhorst’ (Broekerweg 12, Woudenberg).
    • Schaapskooien. Deze stonden soms op de boerenerven, maar vaak ook vrij in het land, waaronder:
      • Schaapskooi bij ’t Vliet (Vlieterweg 146, Scherpenzeel). Tegenwoordig beheerkantoor en ontvangstruimte van landgoed Scherpenzeel.
      • Schaapskooi bij Groot Orel (Barneveldsestraat 3, Scherpenzeel).
      • Schaapskooi bij Oud Willaer (Willaerlaan bij 74). Schaapskooi uit 1862.
      • Schaapskooi bij Dashorst (Dashorsterweg bij 37, Woudenberg). Schaapskooi uit de 19e-eeuw.
      • Schaapskooi bij Groot Wolfswinkel (Utrechtseweg 7, Renswoude).
      • Schaapskooi bij boerderij Bruinhorst (Vlieterweg 11, Scherpenzeel).
    • Jachtopzienerswoning (Oudenhorsterlaan 6, Woudenberg)
    • Openlucht Schietbaan (Goorsteeg bij 1, Scherpenzeel), een 100 jaar oud groen monument dat tot 2000 in gebruik was door schietvereniging De Valleivogels.
    • Landgoed Lambalgen (Lambalgseweg 36, Woudenberg). Dit voormalig landgoed werd in 1882 op een veiling aangekocht door de eigenaar van Landgoed Scherpenzeel. Nadat buitenplaats Lambalgen in 1953 is afgebrand, is het toegangshek het enige wat nog resteert van deze voormalige buitenplaats.
  • Hervormde kerk Scherpenzeel (Kerkplein 189). Kerk staat bij de ingang naar Huis Scherpenzeel. De kerk wordt voor het eerst genoemd in 1342 en stond op grond van de heren van Scherpenzeel. Deze verdienden geld met de verhuur van zitplaatsen in de kerk en bezaten het recht op herenbank en het recht om te beslissen over de aanstelling van kerkelijke ambtenaren (predikant en koster). In de kerk bevinden zich:
    • Vier gebeeldhouwde leeuwen met wapenschilden afkomstig van het grafmonument voor Johan van Scherpenzeel uit 1619.
    • Kansellezenaar uit 1647, geschonken ter gelegenheid van het huwelijk tussen Borchard Willem van Westerholt Heer van Scherpenzeel en Anna Helena van Renesse, met wapens van beide families.
  • Valleikanaal (Lambalgseweg bij 36, Woudenberg). Veertig kilometer lang kanaal, deels gebruik makend van bestaande beeklopen zoals die van de Lunterse beek, dat in 1935-1941 werd aangelegd om de afwatering in de Gelderse Vallei en de inundatie van de Grebbelinie te verbeteren. Aan de oostzijde van het kanaal ligt een jaagpad.
  • Grebbelinie. In 1745 aangelegde waterlinie van ongeveer 60 kilometer lengte als voorverdediging van de Hollandse Waterlinie. Enkele onderdelen van de Grebbelinie liggen op landgoed Scherpenzeel en grote delen van landgoed Scherpenzeel liggen in het inundatiegebied van de Grebbelinie.
    • Liniedijk Woudenberg (Lambalgseweg bij 36, Woudenberg) ligt aan de westkant van het Valleikanaal en loopt deels over het landgoed.
      • Loopgraven liniedijk Woudenberg (Brinkkanterweg bij 20 en 23, Scherpenzeel).
      • Post van Lambalgen (Lambalgseweg bij 36, Woudenberg). Restanten van een in 1793 aangelegde veldschans.
      • Kazematten. Net voor de start van de tweede oorlog zijn diverse kazematten gebouwd in de liniedijk Woudenberg ter versterking van de Grebbelinie.
    • Keerkaden. Om het gebied zo efficiënt mogelijk onder water te kunnen zetten, was de Grebbelinie verdeeld in een aantal kommen. Het water werd in iedere kom opgestuwd met behulp van een aarden keerkade die dwars op de liniedijk lag.
      • Lambalgerkeerkade (Nieuwstraat bij 76, Scherpenzeel). In 1745 aangelegde dwarsdijk die haaks op het Valleikanaal staat en loopt van Lambalgen naar het dorp Scherpenzeel.
      • Groeperkade (Utrechtseweg bij 34, Renswoude). In 1745-46 in opdracht van de Fransen aangelegde verlengde keerkade ter verbetering van de Grebbelinie. Deze dwarsdijk staat haaks op het Valleikanaal daar waar deze paralellel aan de A12 loopt en loopt noordelijk tussen Scherpenzeel en Renswoude.
    • Bezoekerscentrum Grebbelinie (Buursteeg 2, Renswoude).
bike

Activiteiten op Landgoed Scherpenzeel

Eten en drinken

Eten & drinken

Overnachten

Overnachten

  • Hotels
    • Schimmel 1885 (Stationsweg Oost 243, Woudenberg).
  • Vakantieparken
    • Landgoed Ruwinkel (Ruwinkelseweg 11).
    • Recreatiepark De Lucht (Barneveldsestraat 49, Renswoude).
    • Vakantiepark de Ossenberg (Dwarsweg 1, Overberg).
  • Vakantiewoningen
    • Liniehutten, De Liniedijk (De Steeg 6-7, Woudenberg).
    • Hofstede Hooybroeck (De Steeg 6-7, Woudenberg).
    • De Boerenstee (De Steeg 6-7, Woudenberg).
    • Chalet Gelderland (Barneveldsestraat 49, Zonnenhof 18, Renswoude).
    • Burgstede (Burgstederweg 1, De Glind).
    • Bakhuis Oud Willaer (Oud Willaer 74, Scherpenzeel).
  • B&B‘s
    • Landgoed Ruwinkel (Ruwinkelseweg 11).
    • De Boerenstee (De Steeg 6-7, Woudenberg).
    • Bloemheuvel (Vlieterweg 108, Scherpenzeel).
  • Campings

Landschap & Natuur van Landgoed Scherpenzeel

Door de grote vochtigheid en dichte begroeiing waren grote delen van de Gelderse Vallei eeuwenlang ongeschikt voor bewoning. Na de elfde eeuw werd begonnen met het in cultuur brengen van de gebieden rondom terreinverhogingen zoals dekzandheuvels en dekzandruggen. Er ontstonden verspreid liggende boerderijen, de huiskampen, op de overgangszones van de hoger gelegen akkers naar de lager gelegen vochtige wei- en hooilanden in de beekdalen. In deze landbouwenclaves waren akkers, gras- en hooiland en heidevelden globaal in dezelfde verhouding aanwezig. Rond een groep percelen van één eigenaar werd vaak een greppel of houtwal aangelegd, veelal een natuurlijke scheidslijn volgend (bijvoorbeeld een beek of een laagte). Ook werden houtwallen en elzensingels gebruikt ter afscheiding van de verschillende percelen en waren er soms een aantal kleine perceeltjes hakhout aanwezig in een deze landbouwenclaves. Op de hogere delen van de Gelderse Vallei kwam hakhout van eik, els en berk het meeste voor en op de lagere gronden ook van es en wilg.

Ongeveer elke acht jaar werd hout van deze houtwallen en hakhoutperceeltjes geoogst. Rondom deze extensief beheerde agrarische enclaves lagen uitgestrekte vochtige heidevelden, moerassen, broekbossen en meanderende beken.

Door de slechte bereikbaarheid van de Gelderse Vallei moesten de boeren zelf voor de mestvoorziening van de schrale zandgronden van de hoger gelegen akkers zorgen. Hiertoe werden schapen en ook wel koeien gehouden. Deze graasden op de uitgestrekte vochtige heidevelden, de ‘woeste’ gronden. De uitwerpselen werden s’-nachts verzameld in schaapskooien en koestallen en daar vermengd met heidestrooisel en/of stro. Dit mengsel werd gebruik voor het bemesten van de akkers. De woeste gronden waren dan ook een onmisbaar onderdeel uit van het landbouwbedrijf en bovendien werd gedroogde hei gebruikt als brandstof.

Toen in later eeuwen de bevolking sterk toenam, werden de natte delen van de Gelderse Vallei ontwaterd door de aanleg van een groot aantal sloten waarmee deze gronden voor de landbouw geschikt werden gemaakt. Bovendien werden de woeste gronden door de introductie van kunstmest na 1850 overbodig voor de productie van mest en werden ook deze gronden ontgonnen.

Op landgoed Scherpenzeel is relatief veel van het oude cultuurlandschap van de Gelderse Vallei bewaard gebleven, alhoewel ook hier grote landschappelijke veranderingen hebben plaatsgevonden. Op het landgoed staan nog steeds diverse monumentale schaapskooien naast of bij historische pachtboerderijen. Ook zijn veel van de houtwallen, elzensingels, monumentale lanen en kerkepaden nog steeds aanwezig. Dit heeft gezorgd voor een afwisselend open coulisselandschap, in het bijzonder rondom een aantal van de oudste kampontginningen bij de erven Lambalgen, Bruinhorst en Oud Willaer. Ook zijn er op diverse plaatsen (weer) heidevelden, poelen, meanderende beken en broekbossen op het landgoed aanwezig die herinneren aan lang vervlogen tijden:

  • Heidevelden: Groot Wolfswinkel (Ruwinkelseweg 11, Scherpenzeel en Wittenoordsweg bij 12, Renswoude).
  • Poelen: Groot Wolfswinkel (Ruwinkelseweg 11, Scherpenzeel), Breeschoten (Breeschoten bij 1, Scherpenzeel) en Ruwinkel (Heintjeskamperweg bij 3, Scherpenzeel).
  • Meanderende Lunterense beek (Broekerweg bij 23, Scherpenzeel).
  • Broekbossen: Broekerbos (De Groep bij 2, Woudenberg)

Bosbouw heeft op Landgoed Scherpenzeel altijd een bescheiden rol gespeeld. Toen aan het eind van de negentiende eeuw de vraag naar hakhout als brandhout afnam door de introductie van steenkool en ook de vraag naar eek – de gedroogde eikenbast waaruit het looizuur werd gewonnen – afnam door de introductie van synthetische looistoffen, zijn op een aantal percelen van het landgoed naaldhoutsoorten aangeplant voor de scheeps- en mijnbouw. Toen de dennenbossen aan het eind van de 19e-eeuw kaprijp waren lag Scherpenzeel langs de nieuwe spoorverbinding Amersfoort-Kesteren waarmee de stammen vervoerd konden worden.

Tegenwoordig bestaat landgoed Scherpenzeel voor tweederde uit landbouwgrond en voor eenderde uit bos. Binnen het afwisselende landschap van het landgoed wordt een grote verscheidenheid aan flora en fauna aangetroffen, waaronder diverse beschermde soorten vogels (o.a. Wespendief), zoogdieren (vleermuizen, eekhoorn), reptielen en amfibieën (poelkikker).