Vrijheden – Marktsteden zonder verdedigingswerken

4 minuten leestijd

Een vrijheid is een bijzonder type stad met een beperkt aantal middeleeuwse stadsrechten. De inwoners waren gevrijd en verantwoordelijk voor hun eigen bestuur en rechtspraak, maar hadden geen toestemming om hun stad te omringen met versterkingen. Vrijheden bezaten een marktfunctie en lagen veelal langs handelsroutes tussen belangrijke middeleeuwse steden.

Op het centraal gelegen marktplein werden lokaal geproduceerde agrarische- en huisnijverheidsproducten verhandeld. De meeste vrijheden lagen in Noord-Brabant, maar ook daarbuiten lag een enkele vrijheden. Veel vrijheden groeiden later alsnog uit tot een volwaardige ‘stad’, maar enkele vrijheden zijn ook tegenwoordig niet veel meer dan een dorp met een historisch marktplein met daaromheen horeca.

Vrijheid – Tussen Dorp en Stad

Wanneer in de middeleeuwen een landsheer stadsrechten verleende aan een stad, werden vaak wel vijftig of meer privileges toegekend. Maar er is ook een categorie stad, de vrijheid (ook wel vlek, marktstad of minderstadt genoemd) die slechts een beperkt aantal stadsrechten ontving, dan vaak vrijheids- of marktrechten genoemd. Maar ook een vrijheid was een gevrijde gemeenschap: een nederzetting, of soms zelfs een gebied met meerdere gehuchten en dorpen, waar de inwoners zelf verantwoordelijk waren voor (i) het bestuur, (ii) de wetgeving en rechtspraak, en in sommige gevallen voor (iii) de ontginning, het beheer en het gebruik van de gemeenschappelijke gronden (heidevelden, bossen, beemden). Hiertoe werd een schepenbank ingesteld met afgevaardigden van de inwoners, eventueel uit de verschillende dorpen en gehuchten, uit de vrijheid. In tegenstelling tot volwaardige ’steden’ kregen vrijheden echter niet het recht om zich met een stadsmuur of andere versterkingen te omringen.

Marktplein.Eersel

Marktstad voor agrarische producten

Vrijheden bezaten gewoonlijk een marktfunctie waar agrarische- en huisnijverheidsproducten uit de omgeving werden verhandeld. Vrijheden lagen veelal op of vlakbij vruchtbare gronden en/of visrijke wateren en bezat doorgaans een marktplein. Aan het marktplein lagen boerderijen, panden van ambachtslieden, de kerk, het raadhuis en veelal één, of meerdere, herbergen. Het vaak langgerekte marktplein lag doorgaans langs een belangrijke (internationale) landroute tussen voorname middeleeuwse handelssteden.

Vrijheidsrechten

De vrijheidsrechten van de vrijheden waren dan ook gefocust op marktrechten, zoals het recht om dag-, week- of jaarmarkten te houden, de verplichting van boeren of vissers uit de vrijheid om hun producten alleen op de betreffende markt te mogen aanbieden, het waagrecht, markttolrecht, tolvrijdom voor de landstreek waar de vrijheid in lag, en soms zelfs het muntrecht. Daarnaast kregen vrijheden op of bij woeste gronden, vaak gebruiks- en ontginningsrechten van de woeste gronden, zoals het laten grazen van runderen en schapen, het uitzetten van bijen, het verzamelen van strooisel, het steken van heideplaggen en turf en het boompootrecht. Bovendien hadden vrijheden soms ook het jachtrecht, visrecht en boomkaprecht op hun grondgebied gekregen.

Marktveld Oisterwijk

De meeste vrijheden liggen in Noord-Brabant

De meeste vrijheden lagen in Noord-Brabant, waar ongeveer twintig plaatsen tussen 1195 en 1468 vrijheidsrechten van de Hertog van Brabant kregen. Maar ook daarbuiten lagen enkele vrijheden, of als vrijheid gestarte ‘echte’ steden met volwaardige stadsrechten, zoals in Zuid-Holland (o.a. Brielle), Limburg (o.a. Eijsden) en Gelderland (o.a. Laag-Keppel). Uiteraard moest het grondgebied van de vrijheid nauwkeurig worden omschreven en afgepaald, waartoe op de woeste gronden tussen de grenspalen meestal kaarsrechte grenzen werden getrokken, die tegenwoordig nog vaak goed zichtbaar zijn in de (oude) gemeentegrenzen van deze vrijheden.

Door de verkregen marktprivileges kwamen veel van de vrijheden tot bloei. Als gevolg van hun economische succes, of door hun ligging bij een militair strategisch belangrijke locatie, kregen dergelijke nederzettingen vaak later alsnog ‘volwaardige’ stadrechten en/of het recht tot het aanleggen van vestingwerken, zoals Den Bosch, Breda, Helmond en Sint-Oedenrode.