De provincie Groningen is, na Drenthe en Flevoland, de provincie met de minste historische steden van Nederland. Maar dat wil niet zeggen dat die er zijn, niet bijzonder zijn. Het is zelfs zo dat de Groningse steden symbool staan voor de verschillende manieren waarop een nederzetting in het verleden een stad kon worden.
Van de vijf Groningse steden, staan er drie in de ranglijst met de mooiste historische dorpen en steden van de provincie Groningen, waar de steden Groningen en Appingedam zelfs de top twee vormen. Daarnaast bevinden zich in deze provincie nog twee vestingdorpen waarnaar met enige regelmaat als vestingstad wordt verwezen; Bourtange en Bad Nieuweschans.
Inhoudsopgave
- De historische steden van de provincie Groningen
- Het Verhaal van de Groningse steden
- Groningse steden met feodale stadsrechten
- Stadsvorming in de provincie Groningen tijdens de Friese Vrijheid
- Stadsverheffing per koninklijk besluit
- De verhalen van de vijf historische steden in de provincie Groningen
In de provincie Groningen kent vijf historische steden. De manier waarop deze middeleeuwse handelsnederzettingen een stad zijn geworden vertoont echter grote verschillen. Dit maakt dat deze provincie symbool staat voor hoe in het verleden nederzettingen een stad werden.
De historische steden in de provincie Groningen
- Winsum. Middeleeuwse marktstad met 7.445 inwoners.
- Appingedam. Middeleeuwse handelsstad met 10.895 inwoners.
- Delfzijl. Tot stad verheven vesting met 15.395 inwoners.
- Winschoten. Tot stad verheven vlek met 18.750 inwoners.
- Groningen. Middeleeuwse handels- en bestuursstad met 211.120 inwoners.
Het Verhaal van de Groningse steden
Dat wat tegenwoordig de provincie Groningen is, was in de vroege middeleeuwen onderdeel van het Koninkrijk Friesland. Nadat dit koninkrijk in de achtste eeuw door de Franken was veroverd, werd haar grondgebied bij het Frankische rijk gevoegd. Later werd het grondgebied van dit voormalige Koninkrijk Friesland gesplitst in het graafschap Holland en de ‘Zeven Friese Zeelanden’. Dit gebied lag in het noorden van het huidige Nederland en Duitsland, en strekte zich uit van West-Friesland (Noord-Holland) via de huidige provincies Friesland, Groningen en Drenthe naar Oost-Friesland (D), het gebied rond de Wezermonding (D) en Noord-Friesland (D). Hier zijn in de loop der eeuwen langs belangrijke vaarwegen diverse steden ontstaan.
Groningse steden met feodale stadsrechten
In de Zeven Friese Zeelanden’ hebben feodale instellingen nooit echt voet aan de grond gekregen. Dit was mogelijk het gevolg van ‘De Friese Vrijheid’, een privilege dat Karel de Grote aan de Friezen zou hebben verleend.
Nadat het Frankische Rijk door erfverdeling meerdere malen was opgesplitst, werden de Zeven Friese Zeelanden, inclusief de huidige provincie Groningen, onderdeel van het Heilige Roomse Rijk, met als landsheer de Duitse koningen en keizers. Deze verleenden in de elfde eeuw aan drie strategisch gelegen Groningse handelsnederzettingen een beperkt aantal (feodale) stadsrechten, vergelijkbaar aan vrijheids- en marktrechten) zoals die elders in Nederland aan vrijheden en marktstadjes zijn gegeven.
Steden in de provincie Groningen met beperkte feodale stadsrechten
- Groningen. In 1040 schonk de Duitse koning de nederzetting Groningen, inclusief de stadsrechten van tolheffing, markt en muntslag, aan de bisschop van Utrecht. Deze werd daarmee de landsheer van de stad Groningen. Via een omweg verkreeg Groningen in 1311 alsnog een volwaardige set stadsrechten.
- Garreweer – Appingedam. Garreweer is een gehucht (niet te verwarren met het 3,5 kilometer westelijk ervan gelegen dorp Garrelsweer) met 15 inwoners in het westelijk buitengebied van Appingedam. Noordelijk van het tegenwoordige buurtschap lag op 150 meter van de Delf, het tegenwoordige Damsterdiep, de borg ‘Huis te Garreweer’ later Appelborg genaamd, waarvan nog slechts een deel van de borggracht resteert. In 1057 werden, door de toen 6 jaar oude Duitse koning, markt- en muntrechten aan Garreweer verleend, die later zijn overgegaan op Appingedam, dat een krappe drie eeuwen later een volwaardige stad werd.
- Winsum. Winsum is een marktstadje ontstaan aan beide zijden van kanaal de Delf, tegenwoordig hier lokaal het Winsumerdiep genaamd. In de vroege middeleeuwen lag Winsum tevens op de westoever van de toenmalige zeearm en monding van rivier de Hunze in de Waddenzee. Hierdoor had Winsum een open verbinding met zee, en was het al vroeg een belangrijke handelsnederzetting. In 1057 verleende de Duitse koning markt-, tol- en muntrechten aan Winsum. Dit marktstadje heeft echter, voor zover bekend, nooit uitgebreide stadsrechten en -privileges verkregen. Door het dichtslibben van de monding van de Hunze, en de dominante positie die de stad Groningen later verwierf, nam het belang van de internationale handelsnederzetting Winsum, waarvan munten in het Oostzeegebied zijn teruggevonden, af tot dat van een regionaal (handels-)centrum.
Twee van de drie Groningse steden met feodale stadsrechten lagen langs de Delf. Dit was een kanaal dat al voor het jaar 1.000 was gegraven tussen de monding van de Eems, op de locatie waar later Delfzijl ontstond, Appingedam en Winsum. In die tijd speelde de stad Groningen nog amper een rol van betekenis, en de Delf verbond de toen belangrijkste Groningse handelsnederzettingen Winsum en Appingedam met elkaar.
In de vijftiende eeuw werd vanaf het dorp Ten Post een aftakking van de Delf, het Damsterdiep, naar de inmiddels zeer belangrijke stad Groningen gegraven. Later kreeg ook de Delf oostelijk van Ten Post de naam Dampsterdiep. Door deze aftakking bleef de stad Groningen, na het dichtslibben van de mondingen van de rivieren de Hunze en de Fivel in het noorden van de provincie, via Delfzijl en de Eemsmonding een goede verbinding met open zee houden.
Stadsvorming in Groningen tijdens de Friese Vrijheid
Van de vijf historische steden in de provincie Groningen, hebben er twee (deels) hun oorsprong in het tijdperk van ‘De Friese Vrijheid’. In deze periode, van ongeveer 1101 tot 1498, ontstonden steden in de ‘Zeven Friese Zeelanden’ doordat welvarende handelsnederzettingen zichzelf steeds meer stedelijke privileges en rechten toe-eigenden die daarna, door het bestuur van het Friese plattelandsdistrict waar de nederzetting onder viel, werden erkend.
Appingedam is hiervan het meest tot de verbeelding sprekende voorbeeld omdat, bijzonder genoeg, veel van de originele akten bewaard zijn gebleven. Nadat de Delf was gegraven had Appingedam een betere verbinding met open zee gekregen en groeide de nederzetting uit tot een belangrijke handelsplaats die al in 1308 een markt had.
De inwoners van Appingedam zetten zelf een bestuursrechtelijke organisatie op met uitgebreide rechten en privileges. Deze ‘stadsrechten’ werden op 24 mei 1327 bevestigd door het bestuur van het Friese plattelandsdistrict Fivelgo waar Appingedam in lag, en later zelfs de hoofdplaats van werd. Nog geen maand later, op 7 juni 1327, werden deze rechten tevens bekrachtigd tijdens een ‘in Upstalsboom’ rechtsbijeenkomst met afgezanten uit alle Friese plattelandsdistricten van de ‘Zeven Friese Zeelanden’.
Naast Appingedam heeft ook de stad Groningen, die eerder van de Duitse koning beperkte stadsrechten had gekregen, tijdens de periode van de Friese Vrijheid zich de positie van een volwaardige stad toegeëigend;
Groningse steden ontstaan tijdens ‘De Friese Vrijheid’
- Appingedam. De uitgebreide stadsrechten van Appingedam zijn in 1327 door de Friese rechtsvergadering ‘In Upstalsboom’ bekrachtigd.
- Groningen. Alhoewel de stad Groningen vanaf 1040 formeel onder de bisschop van Utrecht viel, trokken de inwoners van deze welvarende internationale handelsplaats zich hier niet al te veel van aan. Geheel in de geest van ‘De Friese Vrijheid’, hadden haar inwoners zich, na de toekenning van de beperkte set stadsrechten in 1040, een uitgebreide set aan stedelijke rechten en privileges toegeëigend. Daarnaast was Groningen al in de dertiende eeuw omringd door een stadsmuur, en werd daarmee gezien als een volwaardige stad. In 1245 werd voor het eerst in een akte naar Groningen verwezen als zijnde een stad. Niettegenstaande het feit dat de bisschoppen van Utrecht nooit uitgebreide stadsrechten aan de stad Groningen hadden verleend, gaf de toenmalige bisschop in 1310-1311 aan de stedelingen de opdracht om hun stadsrechten aan te scherpen, waarmee hij ze impliciet ook erkende.
Stadsverheffing per koninklijk besluit
Na de Bataafse Revolutie (1795), werd in Nederland een nieuw bestuurlijk stelsel geïmplementeerd en verloren middeleeuwse stadsrechten hun betekenis. Toch zijn er daarna, al was het maar symbolisch, in Nederland nog diverse grotere plattelandsdorpen tot stad verheven.
Het nieuwe bestuurlijke stelsel werd in verschillende fasen ingevoerd om uiteindelijk tot een voor heel Nederland geldende bestuursorganisatie te komen, waarna er niet langer onderscheid werd gemaakt tussen steden en dorpen.
Als eerste stap in de bestuurshervormingen werden de feodale bestuursstructuren omgevormd naar een bestuurlijk stelsel op provinciaal niveau. De nieuwe bestuursstructuur voor het platteland van de provincie Groningen werden vastgelegd in het ‘Reglement van Bestuur voor het Platteland der provincie Groningen’ dat op 7 mei 1819 per Koninklijk Besluit werd vastgesteld. Hierin werd Appingedam bevestigd als zijnde een stad en werden Delfzijl en Winschoten tot stad verheven. Deze drie woonplaatsen mochten zich vanaf dat moment stad noemen, en kregen een burgemeester als bestuurder in plaats van een schout zoals de rest van het Groningse platteland. Deze drie steden kregen echter geen stem in de Staten van Groningen zoals de stad Groningen wel had.
Groninger steden ontstaan per Koninklijk Besluit
- Delfzijl. Havenstad aan de monding van de Eems.
- Winschoten. Voormalige vestingstad in het oosten van Groningen
- Appingedam. Stad, wiens in 1327 tijdens ‘De Friese Vrijheid’ bekrachtigde stadsrechten – nogmaals – per koninklijk besluit zijn bevestigd.
Groningse woonplaatsen die tot stad werden verheven in het Koninklijk Besluit van 7 mei 1819 ondertekend door Koning Willem I.
Vestingsteden – Strategische gelegen dorpen en steden omringd door moderne gebastioneerde vestingwerken
In de provincie Groningen bevinden zich enkele – deels – van gebastioneerde moderne vestingwerken voorziene dorpen waarnaar soms, veelal door de lokale toerisme organisaties, als vestingstad wordt verwezen, zoals Bourtange en Bad Nieuweschans. Vestingdorp of vestingplaats zou echter een betere benaming voor deze in het verleden strategisch gelegen woonplaatsen zijn, aangezien ze, voor zover bekend, nooit historische stadsrechten hebben ontvangen.

Daarnaast waren drie van de vijf historische steden in de provincie Groningen tijdens de Tachtigjarige Oorlog, omringd door moderne gebastioneerde vestingwerken; Groningen, Delfzijl en Winschoten. In de loop van de negentiende eeuw verloren deze vestingen hun functie. Na het inwerking treden van de Vestingwet van 1874, die bepaalde dat alle vestingwerken in Nederland geslecht mochten worden, zijn ook de meeste Groninger vestingen ontmanteld. In Winschoten herinnert tegenwoordig zelfs zo goed als niets nog aan het vestingverleden van deze stad. In de stad Groningen herinneren de restanten van de tot plantsoen getransformeerde vestingwallen en -grachten van het Noorderplantsoen, en in ook in Delfzijl bevinden zich nog enkele restanten van de Vesting Delfzijl.
De provincie Groningen kent geen ‘Nieuwe Steden’
Formeel kent Nederland, sinds de invoering van de Gemeentewet in 1851, geen steden meer en kent ons land alleen nog woonplaatsen en gemeenten. Wel wordt er naar grotere woonplaatsen, ook als zij geen historische stadsrechten hebben, verwezen als stad.
Voor zulke ‘nieuwe steden’ worden het voorzieningenniveau (zoals de aanwezigheid van een ziekenhuis, middelbare school en station) en het aantal inwoners als graadmeter gebruikt. Veelal wordt 50.000 inwoners als grens tussen stad en dorp gehanteerd, maar sommigen leggen de grens al bij 25.000 inwoners.
Maar Groningen kent ook geen Nieuwe Steden. De drie grootste woonplaatsen in deze provincie zonder ‘historische stadsrechten’, de veenkoloniale dorpen Hoogezand (22.055 inwoners), Veendam (21.615 inwoners) en Stadskanaal (19.005 inwoners), halen de grens van 25.000 inwoners (nog) niet.
De Verhalen van de vijf historische steden in de provincie Groningen
Winsum – Marktstadje met beperkte stadsrechten
Winsum is één van de oudste steden van Groningen. De plaats bestaat uit drie aan elkaar vastgegroeide wierdedorpen; (i) het op de noordoever van het Winsumerdiep gelegen Obergum, met de historische kern rond de Hervormde kerk Obergum, (ii) de op de zuidoever gelegen wierde Winsum, met de historische bebouwing rond de Torenkerk, en (iii) het 700 meter zuidelijk van de terp Winsum gelegen voormalige wierdedorp Bellingeweer, met de historische bebouwing rond de op de top van deze wierde gelegen kerkhof.

De monding van rivier de Hunze, toen een zeearm, lag rond het begin van de jaartelling westelijk van Winsum, en daarmee had Winsum een directe verbinding met de open zee en de handelsroutes naar het Oostzeegebied. Winsum was dan ook al vroeg een handelsnederzetting van betekenis.
In de loop van de middeleeuwen ontwikkelden deze wierdedorpen zich steeds meer als één geheel, maar behielden hun eigen karakter. De bebouwing concentreerde zich ten noorden en zuiden van de stenen boogbrug De Boog over het Winsumerdiep.
Appingedam – Oude handels- en bestuursstad in noordoost-Groningen
Appingedam is ontstaan op twee terpen aan beide zijden van de Delf, tegenwoordig het Damsterdiep, die dwars door Appingedam loopt. Bij deze stad lag een kruising van enkele water- en landwegen waardoor er al vroeg een handelsnederzetting ontstond.
In de dertiende eeuw ontwikkelde Appingedam zich, mede vanwege haar goede verbinding met de open zee, tot een belangrijk handelscentrum. Het was een schakel in de handel met Noord-Duitsland en het Oostzeegebied.
Appingedam kende door de eeuwen heen diverse bloeiperioden, wat terug te zien is in de verschillende malen uitgebouwde Nicolaikerk en het daar, tijdens de bloeiperiode van 1630, tegenaan gebouwde rijkversierde raadhuis. Dit gebouw is één van de honderd meest bijzondere rijksmonumenten van Nederland.

Vanaf de vijftiende eeuw werd Appingedam overvleugeld door de stad Groningen, zeker nadat de Delf onderdeel was geworden van het Dampsterdiep, de waterweg tussen Groningen en Delfzijl.
Karakteristiek voor Appingedam zijn tot woonhuis getransformeerde pakhuizen langs het Dampsterdiep met hun hangende keukens boven het water.
Delfzijl – Strategisch gelegen havenstad aan de Eemsmonding
Delfzijl ontstond rond 1300 toen de Delf, destijds het belangrijkste kanaal in de regio, bij de Eemsmonding werd afgedamd om de waterhuishouding in het achterland te kunnen beheersen. In deze dam werden drie sluizen aangelegd, twee spuisluizen (zijlen) en een sluis die ook geschikt was om schepen door te laten.
Deze sluizen vormden een belangrijk strategisch punt, zeker nadat de stad Groningen de Delf als één van haar belangrijkste handelsroutes ging gebruiken. Bovendien kon vanuit deze locatie het scheepvaartverkeer over de Eems worden gecontroleerd, en daarmee het internationale handelsverkeer van Emden (D) en zelfs dat van noordwest Duitsland. Bij de sluizen werd dan ook al vroeg een schans aangelegd, die rond 1530 werd uitgebouwd tot een vesting met daarbinnen een dorpje, Delfzijl.
De Vesting Delfzijl waren eeuwenlang onderwerp van strijd, en afwisselend in het bezit van de stad Groningen en de graven van Oost-Friesland. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1591) werd de vesting gemoderniseerd met aan landzijde vijf bastions omringd door een brede gracht.
In de loop van de negentiende eeuw nam het belang van Delfzijl als havenstad toe, grotendeels vanwege de verbeterde verbinding over water (Eemskanaal), land (rijksweg N360), en spoor met de stad Groningen.
Door de veranderde manier van oorlog voeren, verloren de vestingwerken hun verdedigende waarde en tegen 1886 was vesting Delfzijl grotendeels ontmanteld. Slechts een klein gedeelte van een gekartelde vestinggracht en de tot zeewering getransformeerde vestingwallen aan de zuidoostzijde, met daarin de Grote en Kleine Waterpoort tegenwoordig in gebruik als coupures, en een kruitmagazijn resteren.
Winschoten – Vlek verheven tot stad
Winschoten is ontstaan op een natuurlijke hoogte daar waar een belangrijke historische handelsweg het voormalige veenriviertje de Rensel kruiste. Dit was een van de weinige landwegen tussen de stad Groningen en Münster door het uitgestrekte moerasgebied dat hier eens lag. Winschoten groeide al snel uit tot handelsnederzetting en werd vanwege haar strategische ligging tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1593) omwald tot een vesting met negen bastions en drie poorten om de 30 kilometer westelijker gelegen stad Groningen te beschermen tegen aanvallen vanuit het oosten.

In de zeventiende eeuw werd Winschoten tevens een belangrijke doorvoerhaven van het in de omgeving afgegraven turf, nadat het vestingsdorp in 1637 via het Winschoterdiep met de stad Groningen was verbonden. Nadat de vestingwallen rond 1800 waren afgegraven, breidde het dorp zich sterk uit.
Winschoten werd sinds de zestiende eeuw beschouwd als een vlek, een groot dorp met een marktplaats maar zonder stadsrechten, waarnaar ook wel werd verwezen als een vrijheid. Het huidige Marktplein, met daarop de uit rond 1275 daterende Marktpleinkerk met vrijstaande (klokken-)toren met fraai koepelvormige opbouw, is dan ook één van de oudste plekken in de stad.
De stad Groningen – Eeuwenlang dominerend handels- en bestuurscentrum
De stad Groningen, de hoofdstad van de provincie Groningen, is ontstaan ter plaatse van de huidige Grote Markt, daar waar de historische handelsweg naar Duitsland, over de hoger gelegen Hondsrug, uitkwam bij twee vaarwateren die deze locatie verbonden met de open zee via de noordwestelijk gelegen Lauwerszee of de oostelijk gelegen Eemsmonding. Vanwege deze gunstige ligging groeide de stad Groningen in de middeleeuwen uit tot een belangrijk handelscentrum dat zich in de dertiende eeuw aansloot bij de Hanze.

In 1473 verkreeg de stad Groningen het stapelrecht op de Ommelanden, de omliggende plattelandsdistricten, waardoor de daar geproduceerde goederen, in het bijzonder graan, als eerste in Groningen te koop moesten worden aangeboden. Daarna groeide Groningen uit tot een stadstaat, een machtig handels- en bestuurscentrum, dat de Ommelanden overheerste.
De positie van de stad Groningen werd nog versterkt nadat het zich in 1594 aansloot bij de Republiek, en eigenaar werd van een groot deel van de uitgestrekte hoogveengebieden in Oost-Groningen, waardoor het nog welvarender werd door de grootschalige turfwinning in deze Groninger Veenkoloniën.
Nog altijd is de stad Groningen de grootste en belangrijkste stad in de provincie Groningen. Bovendien is de stad Groningen is ook, met afstand, de mooiste historische woonplaats in deze provincie.