De historische steden op Flevoland

4 minuten leestijd

Flevoland is nog geen eeuw geleden door de mens gemaakt op de bodem van de voormalige Zuiderzee. De meeste (schier-)eilanden die in deze provincie zijn opgegaan waren bij inpoldering al onbewoond en het vissersdorpje Urk, de mooiste historische woonplaats van Flevoland, heeft nooit stadsrechten ontvangen.

Flevoland heeft dan ook geen ‘hele’ steden met middeleeuwse stadsrechten. Wel bevinden zich in deze provincie diverse locaties met gedeeltes van het voormalige grondgebied van de middeleeuwse Zuiderzeesteden Kuinre, Blokzijl en Elburg. Dit betreft in alle gevallen hun, nu op het droge liggende, voormalige havenhoofden met zeehaven. Deze lagen aan het einde van kilometers lange dubbele strekdammen, die vanuit de havens van deze stadjes in de voormalige Zuiderzee rijkten. Ook de ruïne van de Kuinderburcht, gelegen bij het kasteelstadje Kuinre, ligt tegenwoordig op het grondgebied van Flevoland.

Daarnaast kent Flevoland vier ‘nieuwe steden, ontginningsdorpen die inmiddels zijn uitgegroeid tot woonplaatsen met meer dan 25.000 inwoners. Hiervan is Almere, met 230.000 inwoners veruit de grootste.

Historische steden op Flevoland

Flevoland is ontstaan na het droogmaken van een groot deel van de zuidelijke Zuiderzee in de twintigste eeuw. Gezien haar ontstaansgeschiedenis is het dan ook niet vreemd dat deze provincie geen steden met middeleeuwse stadsrechten kent. Bij de drooglegging van de eerste polder van Flevoland, de Noordoostpolder in 1942, was Schokland al een kleine eeuw ontruimd. Ook woonde er al ruim 20 jaar niemand meer op het pas in 1845 aangelegde provinciale schiereiland Oud-Kraggenburg, dat zich aan het einde van een strekdam vanaf het stadje Genemuiden in de Zuiderzee bevond. Slechts het visserseiland Urk was bewoond.

De Oostelijke en Zuidelijke Flevopolders werden pas in respectievelijk 1957 en 1968 drooggelegd. In deze twee polders zijn echter geen bewoonde gebieden opgenomen. Echter, zowel in de Noordoostpolder als in de beide Flevopolders zijn voormalige gedeeltes van het grondgebied van Zuiderzeesteden met middeleeuwse stadsrechten, op het droge te vinden.

Gedeelten van middeleeuwse Zuiderzeesteden op Flevoland

  1. Kuinre
    • Kuinderburcht (bij hoek Hopweg & Kuinderweg, Luttelgeest).
    • Oude Haven Kuinre. (Hopweg, Luttelgeest). Havenhoofd met twee lichtwachtershuisjes met havenlicht.
    • Muntatelier Kuinre (Vluchthavenpad bij 1, Schokland). Locatie voormalig Muntatelier Kuinre op terp Oud-Emmeloord.
  2. Blokzijl. Havenhoofd met Vuurtoren Blokzijl (Blokzijlerweg bij 15, Marknesse).
  3. Elburg. Havenhoofd Kop van ’t Ende (Stobbenweg bij 40, Dronten).

Kuinre – Graafschap dat bijna de gehele Noordoostpolder omvatte

Van bijzonder belang voor de middeleeuwse geschiedenis van Flevoland, is het Zuiderzeestadje Kuinre. Aan het einde van de veertiende eeuw behoorde het deel van de Zuiderzee dat zich bevond tussen Stavoren, Urk, Oud-Emmeloord (het noordelijke deel van het eiland Schokland), en de stad Kuinre, dus zo goed als de hele Noordoostpolder, tot het onafhankelijke Graafschap Kuinre. Dit ministaatje bestond uit drie heerlijkheden; Kuinre, Urk en Oud-Emmeloord, en de ertussen gelegen wateren.

De graaf van Kuinre bestuurde zijn zeestaatje vanuit de Kuinderburcht, die vlakbij de naast elkaar gelegen Zuiderzee-mondingen van de riviertjes de Linde en de Kuinder (ook wel Tjonger genoemd) stond. Op de landtong tussen deze beide rivieren ontstond het vissers- en havenplaatsje Kuinre dat in 1385 stadsrechten kreeg van de heer van Kuinre. De heren en graven van Kuinre lieten bovendien munten slaan in hun muntatelier in Oud-Emmeloord.

Haven.OudEmmeloord.2

De Kuinderburcht, en Kuinre, lagen uitermate strategisch. De Linde en de Kuinder waren belangrijke toegangswegen tot het Friese achterland. Daarnaast lag Kuinre op korte afstand van de Zuiderzee-mondingen van de zeer belangrijke waterwegen de IJssel en het Zwarte Water. De schepen van Hanze- en handelssteden langs de IJssel, het Zwarte Water en de Overijsselse Vecht, zoals Zwolle, Kampen, Hasselt, Deventer en Ommen, moesten tussen Kuinre en Oud-Emmeloord door, om op de Noordzee te komen op weg naar het Oostzeegebied.

De heren en graven van Kuinre controleerden dan ook een groot deel van de handelsroutes in het oostelijke deel van de Zuiderzee. Zij verdienden aan de handelsvaart over hun wateren door het heffen van tol. Echter, in de loop van de veertiende eeuw ontwikkelde Kuinre zich tot een machtig piratennest. Schepen werden overvallen, er werden rooftochten in Kuinre’s achterland uitgevoerd en kooplieden werden ontvoerd en voor losgeld vastgezet op de Kuinderburcht.

De piraterij nam zulke vormen aan dat er voortdurend gevechten waren met de Hanzesteden. Als gevolg hiervan, en door stormvloeden, werd de Kuinderburcht diverse malen verwoest, maar telkens weer opgebouwd. De locaties met de archeologische resten van twee van deze Kuinderburchten, waaronder de gereconstrueerde ruïne van Kuinderburcht I, liggen op het grondgebied van Luttelgeest in Flevoland. Er vlakbij bevind zich op Flevolands’ grondgebied bovendien het havenhoofd van de voormalige zeehaven van Kuinre. Kuinre komt dan ook prominent voor in het wapen van de Noordoostpolder, en drie van de vier vlakken verwijzen naar de graven van Kuinre.

Havenhoofden van middeleeuwse Zuiderzeesteden op het droge

In het zuiden van de voormalige Zuiderzee lagen, en liggen, vele havenstadjes. Doordat de Zuiderzee hier zeer ondiep was kregen deze Zuiderzeesteden, en ook vissersdorpjes, in de loop van de achttiende eeuw steeds meer last van de verzanding van hun havens. Om de toegang tot hun havens open te houden, werden vanuit de havens van deze steden kilometers lange dubbele strekdammen in de Zuiderzee aangelegd. Op het einde van de strekdammen, het havenhoofd, bevond zich vaak een zee- of vluchthaven, met vuurtoren(s) en lichtwachtershuis.

Kop van t Ende Dronten Elburg

Na de inpoldering van Flevoland kwamen veel van deze havenhoofden en strekdammen binnen de nieuwe polderdijk op het droge te liggen. De strekdammen werden grotendeels verwijderd, maar er resteren in Flevoland nog drie historische havenhoofden op het droge van Zuiderzeesteden.

De nieuwe steden van Flevoland

Vanuit juridisch oogpunt kent Nederland sinds de invoering van de Gemeentewet van 1851 geen steden meer, alleen nog woonplaatsen en gemeenten. Er bestaat tegenwoordig dan ook geen formele definitie van een stad. Echter, er zijn wel grotere woonplaatsen, waarnaar als stad wordt verwezen.

Voor zulke ‘nieuwe steden’ worden het voorzieningenniveau (zoals de aanwezigheid van een ziekenhuis, middelbare school en station) en/of het aantal inwoners als graadmeter gebruikt. Veelal wordt 50.000 inwoners als grens tussen stad en dorp gehanteerd, maar sommigen leggen de grens al bij 25.000 inwoners. Met deze criteria, kent Flevoland nog twee tot vijf steden, waarvan Almere veruit de grootste is;

De nieuwe steden van Flevoland

  1. Almere. ‘Stad’ met 229.570 inwoners.
  2. Lelystad. ‘Stad’ met 84.722 inwoners en hoofdstad van Flevoland.
  3. Dronten. ‘Stad’ met 30.730 inwoners.
  4. Emmeloord. ‘Stad’ met 27.355 inwoners.
  5. Zeewolde. Woonplaats met 24.296 inwoners.
    • Gezien de snelheid waarmee Zeewolde groeit, zal dit dorp in 2028 de grens van 25.000 inwoners passeren.

DiscoverNL
Privacyoverzicht

Deze site maakt gebruik van cookies, zodat wij je de best mogelijke gebruikerservaring kunnen bieden. Cookie-informatie wordt opgeslagen in je browser en voert functies uit zoals het herkennen wanneer je terugkeert naar onze site en helpt ons team om te begrijpen welke delen van de site je het meest interessant en nuttig vindt.