Landgoed Klooster Ter Apel – Stadslandgoed met de oudste bossen van Nederland

14 minuten leestijd

De Kloosterbossen bij Klooster Ter Apel zijn met hun in totaal ongeveer 236 hectare het restant van het eens 1.800 hectare grote Landgoed Klooster Ter Apel. Landgoed Klooster Ter Apel is een van de grootste historische landgoederen van Groningen. Het heeft een atypisch Gronings landschap met slingerweggetjes, meanderende beekjes en zelfs enkele van de oudste bossen van Nederland. Tussen deze bossen ligt Klooster Ter Apel, het enige nog bestaande middeleeuwse plattelandsklooster van Noordwest-Europa en één van de meest bijzondere rijksmonumenten van Nederland.

Na de Tachtigjarige Oorlog en de Reformatie werd de Stad Groningen eigenaar van klooster en landgoed, met daarop bossen, landbouwgronden en hoogveen. De Stad exploiteerde het landgoed eeuwenlang voor de productie van eek (looistof), hout (bouwmateriaal), en turf (brandstof). Voor de stadse bestuurders die het landgoed met enige regelmaat kwamen inspecteren, werd de directe omgeving van het klooster omgevormd tot een buitenplaats, met luxe logement en landschappelijk wandelpark, zodat zij tijdens hun verblijf konden genieten van het buitenleven.

Klooster Ter Apel – Enclave in de bossen

Klooster Ter Apel is rond 1465 gesticht rondom een kloosterhof, een binnentuin, en bevind zich in het uiterste zuidoosten van Groningen. Het staat op een brede beboste zandrug, in de middeleeuwen één van de weinige landroutes tussen Münster (D) en de stad Groningen door het ondoordringbare Bourtangermoeras, toen het grootste hoogveencomplex van Noordwest-Europa.

Klooster Ter Apel lag niet alleen relatief hoog en droog tussen twee uitlopers van dit moeras, het is ook omsloten door twee riviertakken van de van zuid naar noord stromende veenrivier de Ruiten Aa. Deze 500 meter ten noorden van het klooster weer samenvloeiende riviertakken omsloten niet alleen het klooster, maar ook een vruchtbaar akkergebied. Klooster Ter Apel was, en is, dan ook onderdeel van een eens zelfvoorzienende landbouwenclave, dat samen met diverse boerderijen, akkers en weilanden, door de Kloosterbossen wordt omsloten. Daarbuiten lag in het verleden het Bourtangermoeras.

KloosterErve Ter Apel

Stad Groningen – Drie eeuwen eigenaar van Landgoed Klooster Ter Apel

Rondom het klooster bezat de rooms-katholieke kloosterorde van het Heilig Kruis, die Klooster Ter Apel stichtte, in de middeleeuwen grote hoeveelheden grond. Oorspronkelijk was ongeveer de helft van dit eens ongeveer 1.800 hectare grote landgoed hoogveengebied en de andere helft bos en landbouwgrond.

Als gevolg van de Tachtigjarige Oorlog en de Reformatie veranderde er veel voor Klooster Ter Apel. Na 1561 veranderden klooster, bijgebouwen en landgoed diverse malen van eigenaar. Bovendien stierven na de reformatie de kloosterlingen langzaamaan uit waarna het kloostercomplex voornamelijk dienst deed als doorgangshuis voor passerende reizigers en als opvanghuis voor armen, zieken en ouderen.

In 1594 sloot het voorheen Spaansgezinde Groningen zich aan bij de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Daarna werden katholieke bezittingen geconfisqueerd door de calvinisten. Zo kwamen grote delen van het Bourtangermoeras in handen van de Stad Groningen. In 1619 kocht de Stad Groningen bovendien Landgoed Klooster Ter Apel met klooster, bijgebouwen en landerijen.

De Stad Groningen bleef tot de tweede helft van de twintigste eeuw eigenaar van landgoed en klooster. Daarna zijn grote delen van het landgoed verkocht (stadsboerderijen en akkerlanden) of overgedragen aan de Nederlandse Staat. Sinds 1961 beheert Staatsbosbeheer de bossen van Ter Apel.

Oude Eik.Klooster Ter Apel

Exploitatie Landgoed Klooster Ter Apel door de Stad Groningen

Voordat de Stad Groningen eigenaar werd van het landgoed, werden de uitgestrekte landerijen en grote veestapel beheert door de prior bijgestaan door kloosterbroeders. Echter, het werk dat dit met zich meebracht was te veel voor hen. Daarom besloot het stadsbestuur van de Stad Groningen in 1637 om de landbouwgronden met boerderijen te verdelen over zeven kloostererven die in erfpacht werden uitgegeven.

Met de hoogveengebieden op het landgoed deed de Stad Groningen de eerste eeuwen niet veel. De Stad bezat andere hoogveengebieden waar turf veel rendabeler gewonnen kon worden. Daarnaast vormde het ondoordringbare Bourtangermoeras in de grensstreek van Groningen en Drenthe met Duitsland, eeuwenlang een natuurlijke barrière tegen invallen uit het oosten. Het hoogveen op het landgoed had dan ook een belangrijke functie als militaire verdedigingslinie.

De exploitatie van de bossen op het Landgoed Klooster Ter Apel nam de Stad Groningen zelf ter hand. De Stad stelde daarvoor een commandeur aan op het landgoed. Deze commandeur had een gecombineerde functie als militair, politiecommandant en rentmeester. Hij beschikte over vier soldaten om (i) de op het landgoed gelegen landroute door het Bourtangermoeras, één van de weinige begaanbare doorgangen door dit gigantische moeras, te controleren, (ii) de grenzen met Duitsland en Drenthe (beide op 2,5 kilometer van het klooster) in de gaten te houden, en (iii) bedelaars tegen te houden en stropers op te pakken. Daarnaast was de commandeur de rentmeester van het landgoed die het namens de Stad Groningen beheerde. Vanwege de grote eikenbossen die de Stad Groningen had laten aanplanten, was de commandeur in de praktijk vooral rentmeester.

Grasland langs Ruiten Aa

Kloosterbossen Ter Apel – Eeuwenoud productiebos

De Kloosterbossen op Landgoed Klooster Ter Apel behoren tot de oudste bossen van Nederland. Al vanaf het jaar 800 is er in dit gedeelte van Groningen altijd bos aanwezig geweest. Van de huidige Kloosterbossen komen het Meebos en het Roelagerbos voor Nederlandse begrippen het dichtst in de buurt van een oerbos, waar een deel van de bomen afstammen van het oorspronkelijke natuurlijke bos. Beide bossen bezitten een grote biodiversiteit.

Na de stichting van Klooster Ter Apel werd met inzet van lekenbroeders al aan kleinschalige bosbouw gedaan. Nadat de Stad Groningen eigenaar was geworden van het landgoed, liet het er diverse eikenbossen aanplanten op rabatten, langwerpige ophogingen met daartussen greppels. Deze productiebossen werden tot ongeveer 1900 beheerd als hakhoutbos met als voornaamste functie (i) de winning van eikenschors voor de productie van eek, een looistof voor de productie van leer, en (ii) de productie van bouwhout voor woningen in de stad Groningen. Later, in de negentiende eeuw, zijn ook nog enkele naaldboombossen rondom het klooster aangeplant.

Grootschalige ontginning hoogveengebieden – Brandstof en Voedsel voor de stad Groningen.

De hoogveengebieden op Landgoed Klooster Ter Apel waren onaantrekkelijk voor de commerciële productie van turf. Ze bezaten een relatief dun veendek en lagen ver van de stad Groningen en de toen bestaande turfvaarten in vergelijking met andere hoogveengebieden in het bezit van de Stad Groningen. Voor de negentiende eeuw vond er dan ook enkel wat kleinschalige randvervening plaats op het landgoed voor de productie van turf voor lokaal gebruik en de ontsluiting van additionele landbouwgronden.

Pas rond 1857 werd er gestart met de grootschalige vervening van het hoogveen. Toen waren veel van de andere Groninger hoogveengebieden nagenoeg leeg en was het Stadskanaal inmiddels verlengd naar het zuidoosten met het Ter Apelkanaal.

Voor de vervening van de hoogveengebieden op het landgoed verhuurde de Stad Groningen hoogveenpercelen aan particuliere verveners tegen een relatief lage huur. De Stad had namelijk niet alleen behoefte aan turf, maar wilde ook de aanleg van nieuwe landbouwgronden stimuleren. Voedsel was toen schaars en grote delen van de stedelijke bevolking leden honger of hadden gezondheidsproblemen vanwege het eenzijdige voedsel dat zij aten: vooral aardappelen.

De pachters van de hoogveenpercelen kregen het recht om het veen af te graven, maar hadden ook de plicht om de vrijgekomen grond in cultuur te brengen tot landbouwgrond. Tussen de akkers werden zogenaamde stadsboerderijen gebouwd. Deze werden samen met de akkers door de Stad Groningen verpacht en zijn later verkocht. Tot na de Eerste Wereldoorlog is er turf gestoken op Landgoed Klooster Ter Apel.

Boschhuis.Ter Apel

Van Klooster naar Buitenplaats

Nadat de Stad Groningen eigenaar was geworden van het kloostercomplex, werd op de plaats van het oostelijk van het klooster gelegen middeleeuwse bak- en brouwhuis een moderne Commandeurswoning met logement en koetshuis gebouwd. Hier woonde de commandeur met vier soldaten.

In het gebouw moest altijd één kamer, de commandeurskamer, vrij worden gehouden voor de wethouder van Stadsbezittingen. Deze en andere bestuurders kwamen regelmatig vanuit de stad Groningen naar het landgoed om de bossen, kanalen en landbouwgronden te inspecteren, maar konden niet op één dag heen en terugreizen. Hierdoor kreeg de Commandeurswoning ook een beperkte logement functie dat later zou uitgroeien tot de volwaardige hotelfunctie die het complex nu heeft. Om hun verblijf, en dat van de rentmeester, te veraangenamen werd bovendien in de negentiende eeuw een landschappelijk park, het Wandelbos, ten noordoosten van het Boschhuis aangelegd.

Wandelbos.Klooster Ter Apel

Het statige Boschhuis en het middeleeuwse plattelandsklooster vormen nog altijd het hart van de bosenclave in het oude bosgebied ten oosten van Ter Apel.

verrekijker

Bezienswaardigheden op Landgoed Klooster Ter Apel

  • Landgoed Klooster Ter Apel (Boslaan 3, Ter Apel).
    • Ter Apelerbossen of Kloosterbossen Ter Apel ( Boswachterspad: Wandelen door de Ter Apelerbossen | Staatsbosbeheer ). Dit bosgebied bestaan uit enkele kleinere bossen, van elkaar gescheiden door de Ruiten Aa en/of landbouwgronden. De oudste bossen, het Meebos en het Roelagerbos, liggen ongeveer 1,5 km noordoostelijk van klooster Ter Apel. Ze liggen respectievelijk westelijk en oostelijk van de Tempelbosweg/Ruiten Aa, bij de brug over de Ruiten Aa, en bezitten een zeer diverse flora karakteristiek voor oude bossen;
      • Meebos (Sellingerstraat bij 43/Tempelbosweg; 52.887, 7.083).
      • Roelagerbos (Ruiten A Kanaal West IV 1/Tempebosweg; 52.885, 7.091).
    • Landbouwenclaves/kloostererven. Met uitzondering van de bosenclave rondom het klooster, zijn de meeste historische kloostererven die ooit tussen de bossen of in de hoogveengebieden op Landgoed Klooster Ter Apel lagen, inmiddels opgegaan in grootschalige akkerbouwcomplexen. Aan beide zijden van de Ruiten Aa, bij het Meebos en het Roelagerbos, resteren nog een aantal kruidenrijke graslanden en akkers. Van andere kloostererven resteert veelal slechts de naam van een buurtschap, zoals ’t Heem en ’t Schot.
      • Kloosterenclave. Oorspronkelijk was de kloosterenclave een zelfvoorzienende eenheid. Hij werd begrensd door grachten en was alleen toegankelijk via een ten oosten van het klooster gelegen poortgebouw. Binnen de zelfvoorzienende eenheid bevonden zich de kloostertuin, weilanden, akkertjes, hakhoutbosjes en diverse gebouwen, zoals een watermolen, bak- en brouwhuis, stallen, wasserij en een smederij.
        • Herinneringen aan de voormalige watermolen (Poortweg bij 12 – 200 meter noordelijk van de brug over de Ruiten Aa). Bereikbaar via voetpad westelijk langs Ruiten Aa. Op de plek waar de watermolen gestaan heeft, steekt nog steeds een Bentheimer steen, ooit onderdeel van de fundamenten van de watermolen, uit de westelijke wal van de Aa.
          • Molenbeek de Molen Aa (evenwijdig aan de Molen A laan in Agodorp).
    • Herinneringen aan de turfwinning. Voor de vervening van het hoogveen werden afwateringskanalen (o.a. het Ruiten Aa-kanaal) en turfvaarten naar de stad Groningen en naar lokale industriecentra (o.a Ter Apelkanaal) aangelegd. Deze beide kanalen liggen op nog geen 800 meter van Klooster Ter Apel;
      • Ter Apelkanaal (Boslaan bij 2) in het verlengde van de toegangslaan de Boslaan ligt het Ter Apelkanaal met laad- en loskade.
      • Ruiten Aa-kanaal (Poortweg 11, Ter Apel). In het verlengde van de toegangslaan de Poortweg, ligt een ijzeren ophaalbrug over het Ruiten Aa-kanaal naast het TerApelersluis. Naast deze schutsluis met loswal ligt tevens een brug- en sluiswachterswoning uit rond 1915.
  • Buitenplaats Boschhuis/Klooster Ter Apel.
    • Boschhuis of Commandeurswoning (Boslaan 6, Ter Apel). Voormalige woning van de commandeur/rentmeester van Landgoed Klooster Ter Apel en logement voor bestuurders van de stad Groningen.
      • Hier stond het voormalige bak- en brouwhuis van Klooster Ter Apel dat rond 1620 is verbouwd tot Commandeurswoning met logement en koetshuis. Het huidige huis kreeg zijn uiterlijk in 1896.
      • Vanaf 1843 werd de hotelfunctie van dit huis steeds prominenter en sinds 1898 doet het Boschhuis uitsluitend dienst als hotel. Ook tegenwoordig is in het Boschhuis nog steeds een hotel-restaurant gevestigd.
    • Klooster Ter Apel (Boslaan 3, Ter Apel). Vijftiende-eeuws plattelandsklooster Klooster Ter Apel behoort tot de Top 100 van meest bijzondere rijksmonumenten in Nederland. Het klooster bestaat uit vier vleugels met kloostergang rondom een centrale kloosterhof met kruidentuin;
      • Klooster- of Boschkerk (zuidvleugel). Gecombineerde kanunniken- en lekenkerk, met midden op het dak een dakruiter. De zuidvleugel is bijna twee keer zo hoog dan de andere drie vleugels van het klooster. De kanunniken- en lekenkerk zijn in de kapel van elkaar gescheiden door een rijk gebeeldhouwde zandstenen oxaal (koorgalerij) uit de zestiende-eeuw. De kanunnikenkerk bevond zich in het koor en hier bevinden zich ook koorbanken met bijzonder houtsnijwerk. Sinds de Reformatie is de kapel een Hervormde kerk.
      • Oostvleugel (conventgebouw) met daarin het Museum Klooster ter Apel. In deze vleugel waren vroeger de Kapittelzaal en Sacristie gevestigd, en later de zogeheten Stadskamer.
      • Noordvleugel met refter (eetzaal), tegenwoordig in gebruik als café, proviandkelder, priorkamers en gastenverblijf, waar reizigers die over de zandrug door het Bourtangermoeras trokken onderdak konden krijgen.
      • Westvleugel. De originele vleugel werd rond 1755 gesloopt en is rond 2001 opnieuw gebouwd.
      • Kloosterhof met kruidentuin. Deze binnentuin heeft in de loop der eeuwen verschillende functies gehad, maar is tegenwoordig ingericht als kruidentuin met geometrische perken omzoomd door buxushagen van elkaar gescheiden door verharde paden. Rondom deze kloosterhof, met ruim tweehonderd soorten geneeskrachtige kruiden, ligt de kruisgang.
      • Kruisgang. Overdekte bakstenen kruisgang die de verschillende vleugels van het klooster met elkaar verbind en waar men beschut rond de kloosterhof kan wandelen. De devote sfeer en serene rust zette aan tot meditatie.
    • Tuin- en parkaanleg rondom het Boschhuis en Klooster Ter Apel
      • Toegangslanen
        • Sikkeloantje (Reigerhof bij 6 naar Boslaan bij 7). Historische toegangslaan naar het klooster vanuit de stad Groningen, met aan beide zijden een dubbelle rij beuken (dubbele laan).
        • Poortweg. Oostelijke toegangslaan tot het klooster. Hier stond in het verleden ook een poortgebouw (Poortweg bij 4).
        • Boslaan. In 1903 wordt een statige lindelaan aangelegd vanaf de aanlegkade naast, het toen net aangelegde, Ter Apelkanaal naar het Boschhuis. De Boslaan werd toen de belangrijkste toegangsweg tot het klooster/buitenplaats en nam de functie van de twee eerdere toegangslanen tot het klooster grotendeels over.
      • Wandelbos (noordwestelijk van klooster Ter Apel en het Boschhuis). Parkbos aan beide zijden van de westelijke tak van de Ruiten Aa, met onverharde slingerpaden, een slingervijver (Bosvijver), bruggetjes over de waterlopen en bijzondere planten, waaronder vier soorten eik, drie soorten esdoorn, drie soorten kastanje, twee soorten beuk, linde, iep, es, plataan, tulpenbomen en vleugelnoten en vele soorten coniferen. Ook heeft het wandelbos het oudste Japanse larixcomplex van Nederland. De onderbegroeiing bestaat uit hulst, taxus, krent en rododendron.
    • Bijgebouwen
      • Kloosterspieker (Boslaan bij 3). Kleine voormalige voorraadschuur van het klooster gebouwd op zwerfkeien en afgewerkt met leem en riet. In de spieker is tegenwoordig toeristische informatie over de omgeving te vinden.
      • Stadsboerderijen. Rondom klooster Ter Apel liggen diverse voormalige pachtboerderijen van de Stad Groningen, de zogenaamde Stadsboerderijen. De meeste van deze stadsboerderijen zijn in de loop der eeuwen regelmatig verbouwd en aangepast;
        • Stadsboerderijen bij het Boschhuis/kloostercomplex (Poortweg 2, 3 en 6, Kruisherenweg 1) die rond 1875 voor het laatst vernieuwd werden.
        • Boerderij ’t Schot of Ossenschot (Het Schot 1). Voormalige zesde kloostererve met stadsboerderij uit rond 1900.
        • Kasteelboerderij en spiekerhûs (Sellingerstraat 45). Voormalige zevende kloostererve. Herbouwde ‘stadsboerderij’ en aardappelschuur (spieker).
bike

Activiteiten op Landgoed Klooster Ter Apel

Eten en drinken

Eten & drinken

  • Hotel Boschhuis Ter Apel (Boslaan 6).
  • Refter Klooster Ter Apel (Boslaan 3).
Overnachten

Overnachten

  • Hotels
    • Hotel Boschhuis Ter Apel (Boslaan 6).
  • Vakantiewoningen
    • Kloosteroord (Kruisherenweg 2).
  • B&B‘s
    • Boerderij ’t Ossenschot (Het Schot 1).
    • De Bosrand Ter Apel (Schotselaan 32).
    • Aan het bos (Ruitenkamp 25A).
  • Camping

Landschap en Natuur

Landgoed Kloosterbos Ter Apel bestaat grotendeels uit diverse kleinere bossen te midden van uitgestrekte akkergronden. Het zijn enkele van de weinige oude boscomplexen in Nederland. Deze oude wintereiken-beukenbossen liggen aan beide zijden van de her en der nog sterk meanderende veenrivier de Ruiten Aa. Ze worden gekenmerkt door een aantal planten die typisch zijn voor oude bossen, zoals adelaarsvaren, dalkruid, salomonszegel, hulst, klimop en Lelietje-der-dalen.

Ruiten Aa.Kloosterbos.Ter Apel

De bossen op Landgoed Klooster Ter Apel staan in een gebied waar al sinds het jaar 800 onafgebroken bos staat. Er komt een groot aantal boomsoorten voor die in dit gebied van nature thuishoren, zoals de linde, esdoorn, hazelaar, els, zoete kers en de fladderiep. Dit doet vermoeden dat sommige van deze bomen afstammelingen zijn van het oorspronkelijke oerbos dat er lag.

In het noordelijk deel van het (voormalige) landgoed bevinden zich in het rivierdal van de, hier nog sterk meanderende, Ruiten Aa tussen de buurtschappen Ter Haar en Roelage (Roelagerweg bij 3), nog restanten van het historische agrarische landschap met bolle akkers, hooilanden, houtwallen en bosjes.