Van de zeven in de zestiende eeuw van ‘moderne’ gebastioneerde vestingwerken voorziene Overijsselse steden, en twee militaire schansen, is er slechts één vesting waarvan de vestingwerken nog voor een groot deel intact zijn; Steenwijk. In veel van de andere vestingsteden is de vestinggracht nog wel grotendeels aanwezig maar resteren slecht gedeeltes van de vestingwallen.
De voorname Hanzesteden Kampen, Deventer en Zwolle, tevens de drie mooiste historische woonplaatsen in Overijssel, bezaten de uitgebreidste vestingwerken. Alhoewel niet meer intact, zijn ze nog altijd duidelijk herkenbaar. Binnen de resterende vestingwerken van deze drie steden bevinden zich bovendien restanten van hun middeleeuwse stadsmuren. Daarnaast bezit Zwolle nog één, en Kampen nog drie van haar middeleeuwse stadspoorten.
Top 8 – Mooiste vestingsteden van Overijssel
- Kampen. Hanzestad aan de IJssel.
- Zwolle. Hanzestad aan het Zwarte Water.
- Steenwijk. Handels- en doorvoerstad in de Kop van Overijssel.
- Deventer. Hanzestad aan de IJssel.
- Blokzijl. Stadje aan de Zuiderzee
- Hasselt. Hanzestad aan het Zwarte Water.
- Ommerschans. Militaire gebastioneerde schans aan historische landweg.
- Engelse Werk. Tot wandelpark getransformeerde militaire vesting.
De mooiste vestingplaatsen van Overijsselzijn gerangschikt op de intactheid van de vestingwerken en de monumentendichtheid binnen de historische vesting.
Het Verhaal van de mooiste vestingplaatsen van Overijssel
Van de 23 historische steden in Overijssel, zijn er tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) zeven voorzien van ‘stervormige’ gebastioneerde vestingwerken. Zo werden deze belangrijke handelssteden, veelal gelegen aan de IJssel of met een goede verbinding naar de Zuiderzee, beschermd tegen de nieuwe manier van oorlogsvoering met kanonnen na de introductie van het buskruit.
Het strategisch gelegen stadje Zwartsluis werd zelfs al in 1527 omringd door gebastioneerde vestingwerken. Daarnaast werden twee in Overijssel gelegen militaire schansen gemoderniseerd tot of aangelegd als een gebastioneerd vestingwerk; Ommerschans en het Nieuwe Werk.
Van de ooit in Overijssel gelegen ‘moderne’ vestingen is er geen meer intact. In Oldenzaal en Zwartsluis herinnert zelfs zo goed als niets aan het vestingverleden van deze steden. In de meeste andere Overijsselse vestingsteden zijn wel de vestinggrachten nog (groten-)deels aanwezig.

Alleen Steenwijk is tevens nog in het bezit van goeddeels intacte vestingwallen. Bijzonder voor Steenwijk is bovendien de zuidewestelijk aan de vestinggracht grenzende historische buitenplaats Rams Woerthe rond de gelijknamige art nouveau villa uit 1899, één van de 100 meest bijzondere rijksmonumenten van Nederland.
In de meeste vestingsteden kon de ruimte die vrijkwam door het ontmantelen van de vestingwerken, na het inwerking treden van de Vestingwet van 1874, echter goed gebruikt worden voor het uitbreiden van de stad, en werden op het vrijgekomen gebied nieuwe woonwijken en bedrijventerreinen aangelegd.

In veel voormalige vestingsteden werden delen van de (verlaagde) vestingwallen behouden en omgevormd tot wandelpark, zoals het Stadspark in Kampen en het Van Stolkspark in Hasselt. Zeven van de acht mooiste Overijsselse vestingsteden behoren tevens tot de mooiste historische woonplaatsen van Overijssel.
Het relatief lage aantal vestingsteden in deze middelgrote provincie, is mede het gevolg van het beperkte aantal verdedigingslinies in Overijssel. De grootste verdedigingslinie op Overijssels grondgebied was de IJssellinie. Deze ‘jonge’ waterlinie langs de IJssel stamt uit de ‘Koude Oorlog’ en bevond zich tussen Nijmegen en Kampen. Met de IJssellinie kon een drie tot tien kilometer brede strook land onder water worden gezet. Hiermee kon een evt. opmars vanuit het oosten naar West-Nederland worden vertraagd, zodat de NAVO-bondgenoten voldoende tijd hadden om Nederland te hulp te schieten.
Voor de geheime IJssellinie, die 40 jaar lang ‘top secret’ was, werden echter geen nieuwe vestingsteden aangelegd. De linie maakte gebruik van bestaande 16e-eeuwse vestingsteden als Deventer, Zwolle en Kampen. Deze maakten onderdeel uit van een groter netwerk met moderne verdedigingswerken als (groten-)deels ondergrondse bunkers en kazematten, tankstoppen en andere betonnen constructies, aangevuld met enkele nieuwe dijken en inlaatwerken (o.a. bij Olst).
Naast de IJssellinie liggen in Overijssel slechts nog één kleine verdedigingslinie, de Linie van Zwolle, en vormt de Ommerschans het staartje van de Linie van de Eems.
Linie van Zwolle – Buitenwerk voor veilige toegang van militairen vanaf de IJssel
De linie van Zwolle. was een kleine verdedigingslinie van 2,5 kilometer. Het was een buitenwerk tussen de vesting Zwolle, dat enkele kilometers van de IJssel af ligt.
Bij de aanleg van de gebastioneerde vestingwerken rond de ommuurde middeleeuwse stad Zwolle rond 1600, werd er in het open gebied tussen de IJssel en de vestingstad een kleine linie aangelegd, die bestond uit drie aarden bolwerken die met elkaar verbonden waren door een liniedijk met een naastgelegen liniegracht.
De liniegracht verbond de zuidwestpunt van de vestinggracht, via de Katerveersluis, met de IJssel. Zo konden militairen vanaf de IJssel de vesting Zwolle veilig bereiken, en kon de vesting Zwolle ook als militaire uitvalsbasis vanuit het westen worden gebruikt.
Rond 1700 werd deze kleine linie versterkt. Zo werd er zuidelijk van het westeinde van deze linie, langs de IJssel een vrij grote militaire schans aangelegd; Het Nieuwe Werk.
Nadat in 1790 de vestingstatus van Zwolle werd opgeheven, werden in 1809 de vestingwerken aan de stad afgestaan. Het uit zijn voegen groeiende Zwolle kon het extra grondgebied goed gebruiken.
De liniegracht, niet veel meer dan een brede sloot, werd deels vergraven tot de Willemsvaart die in 1819 werd geopend. De naastgelegen liniedijk lag ter plaatse van de nog altijd iets hoger gelegen Oude Veerweg/Veerallee.

Van de drie bolwerken van de Linie van Zwolle is alleen het bolwerk langs de IJssel, de Katerschans met daarin het Katerveersluis, nog goeddeels aanwezig, tussen de sluis en het Katerveerhuis, vanwaar eeuwenlang het veer over de IJssel naar de westelijke oever van de IJssel vertrok.
Het Engelse Werk – Tot wandelpark getransformeerde gebastioneerde militaire schans
Rond 1700 werd de Linie van Zwolle versterkt, en werd er o.a. zuidelijk van het westelijke einde van deze linie een vrij grote militaire schans aangelegd; Het Nieuwe Werk.
Nadat, net als de vestingwerken rond Zwolle, ook dit militaire bouwwerk eigendom van de stad Zwolle was geworden, werd deze gebastioneerde schans rond 1830 omgevormd tot een wandelpark in de Engelse Landschapsstijl. Dit park ging daarna bekend staan als het ‘Engelse Werk’. Het park, met het al twee eeuwen aan haar rand gelegen restaurant, ‘Uitspanning Het Engelse Werk’, werden al snel een favoriet uitje voor de Zwollenaren.
In Het Engelse Werk zijn de vormen van de militaire schans nog altijd vrij goed herkenbaar, en ook herinneren twee poortjes aan de voormalige militaire functie van het Engelse Werk.