Noord-Brabant is, na Flevoland en Drenthe, de provincie met de laagste monumentendichtheid van Nederland. Maar toch kent Noord-Brabant tientallen historische steden, stadjes, dorpen en buurtschappen waar het is alsof je teruggaat in de tijd. De meeste van deze sfeervolle oude plaatsen hebben de status van beschermd dorps- of stadsgezicht, als erkenning van hun cultuurhistorische waarde. De monumentendichtheid is een goede maat om de mooiste historische dorpen en steden van Noord-Brabant te rangschikken.
Deze mooie historische dorpen en steden geven een goed beeld hoe Brabanders eeuwenlang hebben geleefd. Tussen deze mooiste historische woonplaatsen bevinden zich agrarische buurtschappen rond een kleine driehoekig brink op de zandgronden, vestingstadjes langs de Maas, bestuurscentra, fabrieksdorpen, en meer. Van deze mooie historische woonplaatsen, horen er acht tot de kleinste steden van Noord-Brabant.
Top 25 – Historische woonplaatsen met de hoogste monumentendichtheid van Noord-Brabant
- Bergen op Zoom (1.965).
- Ravenstein (894).
- Woudrichem (741).
- Heusden (658).
- Grave (590).
- Breda (433).
- Hilvarenbeek (342).
- Geertruidenberg (339).
- Eersel (321).
- Megen (248).
- Willemstad (224).
- Drimmelen (224).
- Oisterwijk (217).
- Oirschot (207).
- ’s-Hertogenbosch (141).
- Den Hout (131).
- Straten (131).
- Zandoerle (107).
- Oosterhout (76).
- Hooge Zwaluwe (71).
- Lage Zwaluwe (65).
- Tilburg (57).
- Het Broek (44).
- Liempde (39).
- Budel-Dorplein (24).
De mooiste historische woonplaatsen van Noord-Brabant zijn gerangschikt op de monumentendichtheid (aantal/100 hectare landoppervlak) in de historische woonkern van de plaats. Historische woonplaatsen zijn gehuchten, dorpen en steden waarvan de historische kern is erkend als beschermd stads- of dorpsgezicht.
Het Verhaal van de mooiste historische dorpen en steden van Noord-Brabant
Wat direct opvalt aan de ranglijst met 25 mooiste historische steden en dorpen van Noord-Brabant is de enorme variatie aan mooie oude woonplaatsen in deze provincie; van kleine agrarische gehuchten tot grote(-ere) bestuurscentra, en van vestingstadjes tot fabrieksdorpen.
Het authentieke Brabantse plattelandsleven is ook goed gerepresenteerd in deze ranglijst. Eeuwenlang leefde men hier op de zandgronden in kleine, losse, buurtschappen rond een kleine, vaak driehoekige, brink, in Noord-Brabant plaatse, plaetse of herdgang genoemd. Deze buurtschappen lagen veelal op de helling van een beekdal, op de vruchtbare grens van nat en droog. Langgevelboerderijen omringen de plaatse, met daaraan, of erop, in veel gevallen een kapelletje. In de ranglijst van mooiste historische dorpen en steden van Noord-Brabant staan diverse van dergelijke historische buurtschappen: Straten, Zandoerle, Het Broek en Den Hout.

Deze herdgangen lagen veelal op 0,5-2 kilometer afstand van elkaar, en waren met elkaar verbonden door een netwerk van zandpaden. Doordat er lintbebouwing ontstond langs deze verbindingswegen groeiden diverse herdgangen in de loop der eeuwen aan elkaar vast. Dit is nog steeds goed te zien in Lage Mierde (onderdeel van het kleine marktstadje Vrijheid Mierde), waar het Vloeieind, de verbindingsweg tussen twee kleine driehoekige brinken die op nog geen tweehonderd meter van elkaar liggen, aan beide zijden grotendeels bebouwd is met langgevelboerderijen. Ook enkele van de woonplaatsen in de ranglijst van de mooiste dorpen en steden van Noord-Brabant zijn ontstaan door het samengaan van herdgangen, waaronder Tilburg (elf aan elkaar vastgegroeide herdgangen) en Liempde (drie aan elkaar vastgegroeide herdgangen). Hier zijn de historische brinken lang niet altijd meer herkenbaar of zijn inmiddels volledig bestraat.
Naast de agrarische buurtschappen op de hoge zandgronden in het zuiden van Noord-Brabant werd, ingegeven door de stijgende prijzen van landbouwproducten in de zestiende eeuw, een groot deel van een in het noordwesten van Noord-Brabant gelegen zoetwatergetijdegebied, vergelijkbaar aan de huidige Biesbosch, vanwege de er aanwezige vruchtbare kleigronden in de zeventiende eeuw ontgonnen. Hier ontstonden op en aan de polderdijken, diverse van de mooiste historische woonplaatsen van Noord-Brabant, zoals Willemstad, Drimmelen, Lage Zwaluwe en Hooge Zwaluwe.

Ook het strategisch belang van Noord-Brabant voor de rest van Nederland is duidelijk herkenbaar in de ranglijst met mooiste historische woonplaatsen van Noord-Brabant. Zeven van hen (Grave, Ravenstein, Megen, Heusden, Woudrichem, Geertruidenberg en Willemstad) zijn historische vestingstadjes die aan de Maas, of aan de in het verlengde ervan liggende vaarwegen, liggen. Deze wateren vormen de noordgrens van Noord-Brabant. De er gelegen vestingstadjes waren onderdeel van de Zuiderwaterlinie, een militaire verdedigingslinie die diende om de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden noordelijk van de grote rivieren te beschermen tegen aanvallen van de Fransen en Spanjaarden vanuit het zuiden.
Tevens zijn diverse Brabantse bestuurscentra aanwezig in de ranglijst, met naast ’s-Hertogenbosch, de hoofdstad van de provincie Noord-Brabant, ook Breda en Bergen op Zoom, de hoofdsteden van, respectievelijk, de voormalige onafhankelijke landsheerlijkheden (landen) ‘Baronie van Breda’ en ‘Markizaat Bergen op Zoom’.
Bijzonder zijn de Noord-Brabantse fabrieksdorpen. Deze dorpen zijn rond 1900 planmatig gesticht voor de medewerkers van een naastgelegen fabriek, zoals Budel-Dorplein. Maar het meest bekende voorbeeld van een fabrieksdorp in Noord-Brabant is natuurlijk het rond 1910 gestichte Philipsdorp, tegenwoordig een woonwijk middenin Eindhoven.
De mooiste historische dorpen en steden van Noord-Brabant
Bergen op Zoom – Handelsstad en hoofdstad van het gelijknamige markizaat
Bergen op Zoom is een stad aan de Oosterschelde en ligt aan de voet van de Brabantse Wal. Deze middeleeuwse handelsstad was, totdat het in 1801 in de Bataafse Republiek werd opgenomen, tevens de hoofdstad van het onafhankelijke landsheerlijke markizaat Bergen op Zoom. De markiezen bestuurden hun land vanuit het nog immer centraal in de historische kern van Bergen op Zoom gelegen imposante stadspaleis de Markiezenhof.

Ravenstein – Vestingstad aan de Maas
Ravenstein is, net als het zeven kilometer oostelijker gelegen Grave, een vestingstad die onderdeel was van de langs de Maas gelegen Zuiderwaterlinie.

Het stadje was de hoofdplaats van het eeuwenlang onafhankelijke ministaatje Land van Ravenstein. Ravenstein is één van de kleinste steden van Noord-Brabant. In het centrum van de vesting staat de Sint-Luciakerk, de enige kerk in Nederland in de Duitse barokstijl, met een achtkantige kerktoren en een koepeltoren, beide bekroond door een lantaarn.
Woudrichem – Onderdeel van de Hollandse waterlinies
Woudrichem is een vestingstadje langs getijderivier de Merwede. Het is één van de kleinste en mooiste vestingsteden van Nederland,

Woudrichem lag bij de samenvloeiing van een oude hoofdstroom van de Maas en de Merwede en was onderdeel van zowel de Oude als de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Het kon, samen met de aan de andere kant van de Merwede gelegen Vestingstad Gorinchem, Fort Vuren, en het aan de andere kant van de Afgedamde Maas gelegen Slot Loevestein, de Waal afsluiten om zo (troepen) transport door de vijand te voorkomen.
Heusden – Vestingstadje aan de Maas
Heusden is een intacte gebastioneerde vestingstad rond een binnenhaven aan de Maas. Dit stadje is één van de mooiste vestingsteden van Nederland en tevens de kleinste stad van Noord-Brabant.

Als je de monumentendichtheid niet alleen op basis van de monumenten in de historische woonkern berekend, maar de hele woonplaats in ogenschouw neemt, is Heusden zelfs de woonplaats met de op-één-na hoogste monumentendichtheid van Nederland.
Grave – Handels- en vestingstad
Grave is en één van de kleinste steden van Noord-Brabant. Vanwege haar strategische ligging aan de Maas, op de grens van Brabant en Opper-Gelre, was dit handelsstadje eeuwenlang onderwerp van strijd, en Grave werd dan ook al vroeg voorzien van vestingwerken.

Sinds de Vesting Grave in de negentiende eeuw werd ontmanteld, herinneren slechts (i) de walmuur met drie rondelen en Maaspoort langs de Maaskade, (ii) de Hampoort, een stadspoort die behoort tot de Top 100 van meest bijzondere rijksmonumenten in Nederland, en (iii) de karakteristieke zigzag vorm van verschillende restanten van de vestinggrachten, nog aan de uitgebreide vestingwerken van weleer.
Breda – Militaire stad aan riviertje de Mark
Breda is ontstaan bij het Kasteel van Breda, dat werd gebouwd daar waar de riviertjes de Aa (of Weerijs) en Mark samenkomen.

Breda was de hoofdstad van de zelfstandige landje Baronie van Breda en was eeuwenlang een garnizoensstad. Nog altijd worden in Breda cadetten tot officier opgeleid.
Hilvarenbeek – Vrijheid rond Vrijthof
Hilvarenbeek is een marktstadje, een vrijheid. De nederzetting ontstond op de vruchtbare flanken van het Reuseldal, bij een marktveld naast een kruispunt van handelsroutes van Breda naar Luik/Keulen en van Antwerpen naar ’s-Hertogenbosch.

De kern van deze vrijheid wordt nog altijd gevormd door het karakteristieke, met gras bedekte, intieme Vrijthof, de eeuwenoude marktplaats, omringd door bomen en historische panden, waaronder de veertiende-eeuwse Sint-Petrus’-Bandenkerk met een 74 meter hoge kerktoren.
Geertruidenberg – Vestingstad bij de Biesbosch
Geertruidenberg is een oude, van orgine Hollandse, vestingstad aan de Maas.

Deze in de middeleeuwen zeer belangrijke handelsstad ligt rond een langgerekt geplaveid marktplein dat wordt gedomineerd door de robuuste Geertruidskerk. Geertruidenberg is één van de kleinste steden van Noord-Brabant.
Eersel – Eeuwenoud marktstadje
Eersel is een marktstadje, een vrijheid, die ontstaan is bij een kruising van twee belangrijke handelsroutes, die van Leuven naar Den Bosch en die van Antwerpen naar Turnhout. De historische kern van Eersel, wordt gevormd door het twee, in elkaars verlengde liggende, langgerekte marktpleinen (Markt en Hint). Tussen deze door lindebomen omgeven markten, ligt een eenvoudig kapelletje uit 1464.

De langgerekte geplaveide marktpleinen dienden ook als parkeerplaats voor de karren die gebruikt werden voor het middeleeuwse handelsverkeer, en rond het plein bevinden zich al eeuwenlang gelegenheden om te eten en drinken en te overnachten.
Megen – Hoofdstad van voormalig graafschap
Megen is een middeleeuws stadje aan de Maas, en de hoofdplaats van het soevereine graafschap Megen. Megen is één van de kleinste steden van Noord-Brabant.

Toen aan het begin van de Tachtigjarige Oorlog het katholicisme in de Nederlanden werd verboden, behield de graaf van Megen godsdienstvrijheid in het Land van Megen. Het autonome graafschap werd daarna een toevluchtsoord voor katholieken. Het stadje heeft nog altijd twee actieve kloosterorden, met één van de twee kloosters gebouwd op de ruïnes van kasteel Megen.
Willemstad – Binnen 25 jaar van ontstaan tot stad
Willemstad is een vestingstad aan de brede getijderivier het Hollandsch Diep. Kort na inpoldering van het aan het einde van de middeleeuwen hier gelegen zoetwatergetijdengebied, werd in de noordwesthoek ervan in 1565 een nieuw dorp aangelegd. Al snel na haar aanleg brak de Tachtigjarige Oorlog uit, en daarom werd het strategisch gelegen ontginningsdorp direct omgebouwd tot een vestingstad.

Willemstad is één van de kleinste en mooiste vestingsteden van Nederland.
Drimmelen – Vissersdorp tegenover de Biesbosch
Drimmelen is een dorp dat is ontstaan nadat de eens hier gelegen kwelders, vruchtbare kleigronden, werden ingepolderd. Zo ontstond in 1645 door aandijking de Emiliapolder die in het oosten grenst aan Geertruidenberg. Rond een, inmiddels gedempte, spuisluis aangelegd voor de ontwatering deze polder, via de wetering Brede Vaart in getijderivier de Amer, ontstond de nederzetting Drimmelen.

De historische kern van Drimmelen bestaat uit lintbebouwing langs de Brede Vaart (Herengracht) en langs de noordelijke polderdijk, tevens rivierdijk langs de Amer (Dorpsstraat). Het dorp, dat tegenover de visrijke wateren van Biesbosch ligt, ontwikkelde zich in eerste instantie tot vissersdorp.
Tegenwoordig wordt de haven van Drimmelen echter voornamelijk gebruikt door de recreatievaart.
Oisterwijk – Marktstadje aan langgerekt marktveld
Oisterwijk is een marktstadje in Midden-Brabant met beperkte stadsrechten, een vrijheid, ontstaan langs het langgerekte, deels met gras begroeide, marktveld omringd door lindebomen (De Lind).

Oisterwijk is één van de mooiste vrijheden van Nederland.
Oirschot – Marktstadje op de zandgronden van Midden-Brabant
Oirschot is een marktstadje met beperkte stadsrechten, een vrijheid, op de zandgronden van Midden-Brabant. Bij een kruising van verschillende landwegen werd, een nog altijd bestaande twaalfde-eeuwse kerk met een kleine marktplaats, het Vrijthof, gebouwd. Deze waren al snel te klein en daarom werd er op 120 meter van dit kerkje in 1268 een tweede, grotere, kerk met marktplein gebouwd.

Oirschot is één van de mooiste vrijheden van Nederland.
‘s-Hertogenbosch – Eeuwenoude Bestuursstad
‘s-Hertogenbosch is een vestingstad ontstaan bij de samenvloeiing van de Dommel en de Aa. In dit moerasgebied bevonden zich diverse donken (stuifzandheuvels) waar de eerste bewoning ontstond. Maar daartussen stroomden diverse beekjes, gezamenlijk de Binnendieze genoemd. Naarmate de stad groeide, terwijl er nauwelijks ruimte voor uitbreiding was, werd in de loop der eeuwen een groot deel van de Binnendieze overbouwd met huizen.

De Binnendieze was eeuwenlang de levensader van Den Bosch en diende als transportroute, riool en waterbron. Ook tegenwoordig bevind dit unieke stelsel van deels verborgen waterwegen zich nog steeds in ‘s-Hertogenbosch.
‘s-Hertogenbosch is daarnaast al eeuwenlang een belangrijk bestuurscentrum in Brabant. Eerst voor het noordelijke deel van het Hertogdom Brabant en tegenwoordig als hoofdstad van de provincie Noord-Brabant.
Den Hout
Den Hout is een dorp in West-Noord-Brabant, met haar historische kern rond een langgerekte driehoekige brink of ‘plaatse’: de Houtse Heuvel. Opmerkelijk is dat deze 3,5 grote ‘plaatse’ nog altijd het gemeenschappelijk eigendom is van de omwonenden, die de ‘plaatse’ gezamenlijk gebruiken en besturen.

Rondom de Houtse Heuvel, een met bomen beplant grasveld met een poel, lopen drie straten. Dit waren belangrijke historische handelswegen, waaronder die tussen Oosterhout en Dordrecht. Aan deze wegen bevind zich buiten de ‘plaatse’ de bebouwing, waaronder enkele kleine dwarsgevelboerderijen, en aan de noordoostzijde de kerk.
Straten – Agrarisch buurtschap in Midden Brabant
Straten is een agrarisch buurtschap met nog geen 50 inwoners, dat bestaat uit een tiental langgevelboerderijen rond een driehoekige ‘plaatse’, een brink met daarop de kapel van het gehucht.
Straten ligt in het buitengebied van Oirschot, in een gebied waar zich eens uitgestrekte heidevelden bevonden.

Zandoerle – Marktterrein van het marktstadje Oerle
Zandoerle is een agrarisch buurtschap in het buitengebied van Veldhoven. Het grotendeels uit boerderijen bestaande gehucht liggen rond een langgerekt met bomen beplante Plaatse.

Zandoerle was ooit één van de kernen van de Vrijheid Oerle, en de Plaatse was het marktterrein van dit stadje met beperkte stadsrechten.
Oosterhout – Marktstadje met vijf slotjes
Oosterhout is in de middeleeuwen ontstaan bij de toenmalige grens tussen Brabant en Holland. Hier werd, ter bescherming van een belangrijke landweg (Hoofseweg) tussen deze twee gewesten in 1289 een kasteel gebouwd, Huis ten Strijen, dat tijdens de Tachtigjarige Oorlog werd verwoest en waarvan slechts de ruïne, een 26 meter hoge hoekpunt van de hoofdtoren van het kasteel (de Slotbosse toren) op het omgrachte kasteelterrein, resteert.
Oosterhout was de tweede plaats in het zelfstandige landje ‘Baronie van Breda’. Na zich tussen 1233 en 1328, via een aantal vervalste oorkonden, enkele stadsrechten te hebben toegeëigend, wordt Oosterhout in een akte uit 1579 door Willem van Oranje, een vrijheid, een marktstadje met beperkte stadsrechten, genoemd.
De historische stadskern van Oosterhout ligt rondom twee marktpleinen; Markt en Heuvel. Aan het rechthoekige, met bomenrijen beplante, marktplein Heuvel staat het vrijheidshuis uit 1617, dat diende als gerechts- en raadhuis voor de Vrijheid Oosterhout. Nadat Oosterhout in 1809 door koning Lodewijk Napoleon tot stad was verheven, werd dit gebouw het Stadhuis van Oosterhout.

Zuidelijk van de Heuvel ligt het Slotpark en de Ridderstraat met slotjes. De slotjes zijn voorname huizen die in de vijftiende eeuw zijn ontstaan vanuit omgrachte boerderijen. De Oosterhoutse en Breda’s elite lieten de boerderijen uitbouwen tot kasteelachtige edelmanshuizen en later landhuizen. Van de oorspronkelijk zeven slotjes resteren er nog vijf, waarvan er vier aan de Ridderstraat staan.
Het vijfde slotje, De Blauwe Camer, bevind zich in beschermd dorpsgezicht ‘Heilige Driehoek’. Dit is een aaneengesloten gebied aan de oostrand van Oosterhout, waar zich drie kloostercomplexen bevinden bestaande uit kloosters, actieve kloostergemeenschappen, tuinen, landerijen en monumentale boerderijen, in een agrarisch cultuurlandschap met houtwallen.
Hooge Zwaluwe – Dijkdorp met een protestantse en katholieke dorpskern
Hooge Zwaluwe is een dijkdorp, net als het noordelijker op dezelfde polderdijk gelegen Lage Zwaluwe, dat ontstond langs de nieuwe polderdijk in de zuidpunt van de Nieuwe Zwaluwse polder (1650). Dit deel van de polderdijk maakte in een ver verleden onderdeel uit van de middeleeuwse bedijking van de, tijden de Sint-Elisabethsvloed van 1421 overstroomde, Grote Waard.

De historische dorpskern van Hooge Zwaluwebestaat uit lintbebouwing aan twee parallelle straten; langs een bovenstraat op de dijk (Raadhuisstraat) en langs een binnendijkse straat onderaan de dijk (Onderstraat). Centraal in het dorp staat tegen de dijk de Hervormde kerk, in de vorm van een kruis met vier korte armen, met op de top een open koepel. Rond de kerk bevinden zich (i) het voormalige raadhuis, (ii) een dijkhuis, met aan de achterzijde een laag aflopend dak en (iii) bevind zich de dorpshaven die middels een vaart verbonden is met de getijderivier de Amer.
In 1865 werd 500 meter zuidelijk van de historische dorpskern van Hooge Zwaluwe, een katholieke kerk gebouwd. Daarna ontwikkelde zich rondom deze kerk aan ‘de andere kant van het spoor’ een tweede, vooral door katholieken bewoonde, dorpskern.
Lage Zwaluwe – Dijkdorp tegenover de Biesbosch
Lage Zwaluwe is een dijkdorp aan de overkant van zoetwatergetijdengebied de Biesbosch. Het dorp is, net als het zuidelijker op dezelfde polderdijk gelegen Hooge Zwaluwe, ontstaan bij een voormalige kreekmonding (tegenwoordig deels Jachthaven deels woonwijk) aan rivier de Amer, na de indijking van de aan elkaar grenzende Nieuwe Zwaluwse en Royale polders. Vanuit Lage Zwaluwe vertrok eeuwenlang een veer over de grote rivieren naar het noorden, en ook tegenwoordig vertrekt hier nog altijd een veerpont, nu naar de noordelijk van Lage Zwaluwe gelegen Nationale Park De Biesbosch.

De historische dorpskern van Lage Zwaluwe bestaat uit lintbebouwing langs twee parallelle straten; een bovenstraat op de polderdijk (Nieuwlandsedijk) en een binnendijkse straat onderaan de dijk (Onderstraat). De laad- en losplaats van de historische dorpshaven bevond zich aan het Beursplein.
Bijzonder is de aan de zuidrand van het dorp gelegen pastorie uit 1787 met daaraan haaks de voormalige RK Kerkschuur, een schuilkerk. Deze werd direct nadat zij gebouwd was, vervangen door een ernaast gebouwde vrijstaande stenen kerk.
Oorspronkelijk leefde de bevolking van Lage Zwaluwe voornamelijk van de riviervisserij. Nadat er na 1800 veel griendhout in de Biesbosch was aangeplant, werd dit een nieuwe bestaansbron voor de bevolking. Aan deze tijden herinneren een tiental griendschuren met zolderluik aan de Industrieweg.
Tilburg – Stadskern geïnspireerd door het Rijke Roomse Leven
Tilburg is groot geworden door de wollenstoffenindustrie. Daarvoor bestond haar grondgebied grotendeels uit een verzameling van landelijke buurtschappen. Deze gehuchten bestonden, net als elders op de Brabantse zandgronden, uit woningen rond een driehoekige plaatse, of herdgang, welke met elkaar verbonden waren door een uitgebreid netwerk van zandpaden. Vanaf het eind van de zeventiende eeuw werd de door de vele schapen geproduceerde wol niet langer alleen maar verkocht aan de Hollandse textielsteden, maar ook lokaal verwerkt.
In 1809 werd Tilburg, inmiddels uitgegroeid tot een belangrijk centrum van de Nederlandse textielindustrie, verheven tot stad. Maar pas aan het eind van de negentiende eeuw kreeg Tilburg haar eerste stadswijk. Nadat vanaf 1862 de eerste spoorlijn door Tilburg werd aangelegd, ontstond zuidelijk van het nieuwe station een woonwijk. Om speculatie tegen te gaan had de gemeente daar grond gekocht, waarvan het bouwpercelen verkocht. Aan de nieuw te bouwen woningen, die binnen twee jaar na aankoop van de grond moesten zijn gebouwd, waren een beperkt aantal welstandseisen verbonden. Het moesten tweelaagse panden zijn van minstens 7,5 meter hoog en afgesloten met een kroonlijst.

Hierdoor was er een belangrijke rol voor particulier initiatief bij het tot stand komen van deze wijk. Kopers waren merendeels gegoede middenstanders en katholiek. De grotendeels vlak naast elkaar, of zelfs aan elkaar, gebouwde herenhuizen kregen een grote variatie aan gevels. Deze waren, overeenkomstig het ‘Rijke Roomse Leven’, bovendien versierd met een afwisseling van siermetselwerk, sierpleisterwerk, torentjes, ingangspartijen, balkonnetjes en wat al niet meer.
Zo ontstond tussen 1865 en 1885 de historische stadskern van Tilburg. Deze is enerzijds homogeen van karakter door de grotendeels aan elkaar gebouwde tweelaagse herenhuizen maar anderzijds zeer gevarieerd door de grote verscheidenheid aan gevels. Hierdoor heeft de binnenstad van Tilburg, met haar knusse straatjes, een bijna ad hoc karakter. Ook aan de Goirkestraat, de centrale as van het tweede beschermde stadsgezicht van Tilburg, waaraan in het verleden veel van de textielfabrieken stonden, staan diverse fraaie herenhuizen en fabrikantenwoningen.
Het Broek – Authentiek agrarisch gehucht van het ‘plaatse met langrepelakker’-type
Het Broek is een agrarisch buurtschap ten noordwesten van Mierlo, dat bestaat uit langgevelboerderijen rondom een driehoekige ‘plaatse’.

Het Broek is één van de weinige overgebleven Noord-Brabantse nederzettingen rond een ‘plaatse’, een vaak vrij kleine, driehoekige ruimte, een met bomen beplant grasveld (brink). Dit nederzettingstype kwam eens in grote getale op de Brabantse zandgronden voor. Elke ‘plaatse’ had een eigen akkercomplex, en ze lagen veelal in de buurt van een beek, in Het Broek de Luchense loop.
Zowel rond de ‘plaatse’ als aan de Broekstraat, eens onderdeel van een netwerk van zandpaden die ‘plaatsen’ met elkaar verbonden, staan in Het Broek diverse (monumentale) langgevelboerderijen met de lange gevel met de stal- en schuurdeuren, direct langs de weg.
Liempde – Drie aan elkaar gegroeide agrarische gehuchten in het Dommeldal
Liempde is een dorp in het Dommeldal, dat is ontstaan uit zes agrarische gehuchten (herdgangen), waarvan de originele driehoekige brink, de ‘plaatse’, ofwel het centrum van deze eeuwenoude nederzettingen, in een aantal gevallen nog (deels) herkenbaar is.
Het gebied werd in 1391 als Hoge Heerlijkheid door de Hertogin van Brabant aan de heer van Boxtel geschonken. Drie van de originele herdgangen zijn nog altijd vrijliggende gehuchten; Vrilkhoven, Hezelaar en het aan de andere oever van de Dommel gelegen Kasteren met een bijzonder fraaie herenboerderij met vrijstaande duiventoren. De andere drie gehuchten; Den Berg, Looeind en Koestraat, zijn in de loop der eeuwen aan elkaar vastgegroeid.

De dorpskern van Liempde ontstond nadat in 1787 een raadhuis was gebouwd aan een driehoekig plein bij een kruising van wegen. Dit raadhuisplein was gelegen tussen drie van de gehuchten. 350 meter noordelijk ervan was al in 1672 een schuurkerk gebouwd, die nadat deze door brand was verwoest, in 1867 werd vervangen door de huidige Johannes onthoofding kerk.
Budel-Dorplein – Fabrieksdorp middenin de natuur
Budel-Dorplein is een fabrieksdorp dat rond 1895 is gesticht voor de werknemers van de ernaast gelegen Budelse zinkfabriek. Deze fabriek was, mede gezien de benodigde hoeveelheid (koel)water voor het productieproces, in 1892 gesticht in het vennengebied tussen Budel en Weert door de Waalse fabrikantenfamilie Dor.
Vanwege de afgelegen ligging van de fabriek, liet de familie Dor naast de fabriek een door de directeur van de zinkfabriek, Emile Dor, ontworpen dorp bouwen, met huizen en voorzieningen voor zowel arbeiders, het middenkader als voor de directie van de fabriek. De woonhuizen hebben een markante Waalse uitstraling, en variëren van 2/3/4 onder-één-kap woningen tot villa’s en directiewoningen. Zelfvoorziening stond hoog in het vaandel in ruim opgezette Budel-Dorplein, vandaar dat de (arbeiders-)woningen op ruime percelen stonden zodat er plek was voor een groentetuin en wat kippen.

In Budel-Dorplein staat Nederlands kleinste penitentiaire inrichting: ’t Prisonneke. Een twee-cellencomplex waar de veldwachter vagebonden, boosdoeners en dronkenlappen opborg. Deze gevangenis is niet langer in gebruik.
Centraal in het dorp werd een gigantisch gemeenschapsgebouw gebouwd; De Cantine. Hierin bevonden zich een hotel (voor vrijgezelle arbeiders en later gastarbeiders), een ziekenboeg, een kapel, de school, een winkel, een wasserij, een ontspanningsruimte en een café. Dit dorpsgebouw werd een kleine eeuw lang beheerd door kloosterzusters.
Budel-Dorplein was de eerste halve eeuw na haar oprichting geen zelfstandig dorp. Het bevond zich achter de slagbomen van het fabrieksterrein en was bovendien eigendom van de zinkfabriek, die er ook de nutsvoorzieningen verzorgde. Ook het dorpsbestuur werd grotendeels gevormd door hooggeplaatsten uit de zinkfabriek.
Na de Tweede Wereldoorlog werden de taken van de fabriek in het dorp stap voor stap afgestoten, en konden bewoners hun huizen kopen.
Het grootste deel van de 682 hectare vennen en heidegronden waarop de zinkfabriek was gesticht, bleef woeste grond, die door de familie Dor gebruikt werd als jachtterrein. In 2013 werd dit vochtige natuurgebied, de Loozerheide, overgedragen aan natuurontwikkelingsorganisatie ARK rewilding en het wordt sinds 2017 beheerd door Natuurmonumenten.