Geijsteren – De vergeten stad

8 minuten leestijd

Geijsteren is een historische landbouwnederzetting die ligt op de grens van een vier meter hoog Maasterras bij de nog vrij meanderende Oostrumse beek. Deze beek stroomt langs de ruïne van het twaalfde-eeuwse mottekasteel Geijsteren, om daarna in de Maas uit te monden. Geijsteren is met haar 405 inwoners een van de kleinste steden van Nederland. De invloed van het om de historische kern liggende 700 hectare grote adellijke landgoed Geijsteren is nog altijd goed voelbaar. De pachtboerderijen die bij het landgoed horen zijn duidelijk herkenbaar aan hun zwart-witte luiken en liggen naast elkaar langs de historische dorpsas en verspreid in het Maasdal. Het omringende eeuwenoude landgoederenlandschap is zeer afwisselend en bestaat uit weiden en akkers begeleid door lanen en singels, bossen en oude Maasarmen.

Vanwege haar strategische ligging op de grens van Opper-Gelre en het Brabantse Land van Cuijk was Graaf Reinould I van Gelre voornemens om van de nederzetting een militaire machtsbasis te maken. Hij kreeg in 1317 van de Rooms-Duitse koning toestemming om stedelijke vrijheden aan Geijsteren te geven, maar van zijn plannen is nooit iets terechtgekomen. Daarmee is het 410 inwoners tellende Geijsteren één van de kleinste steden van Nederland.

Geijsteren – Op de grens van Maasterras en beekdal

Geijsteren is ontstaan op de rand van een Maasterras, daar waar de in de zandgronden ingesneden Oosterumse beek via een oude Maasbedding in de Maas uitmond. Dit Maasterras was origineel onderdeel van de eertijds zeer brede (2.5 km) Maasvlakte met daarin een breeduit vlechtende Maas. Door de tektoniek in dit gebied kwam twee miljoen jaar geleden de tektonische plaat die zich in het midden van deze oude Maasbedding bevind, de Venloslenk, lager te liggen. Het gebied langs de oevers van de oude Maasvlakte vormde zo een Maasterras, die bij Geijsteren ongeveer vier meter hoger ligt dan de huidige Maasvallei. De terrasrand ligt ter hoogte van het historische dorpsplein en is in het bijzonder nog steeds goed zichtbaar parallel aan de Nieuwlandsestraat en de Sint Wilbertsweg.

Een locatie op de grens van nat en droog was een zeer gunstige vestigingsplek. Langs de Oostrumse beek lagen de beemden, natte graslandpercelen die in gebruik waren als hooi- en weiland. Daarachter lagen op de hogere en drogere zandgronden van het Maasterras de graanakkers. Daar weer achter lagen op de nog hogere dekzandgronden de schrale heidevelden die begraasd werden door schapen en koeien. Hun mest was cruciaal voor het bemesten van de akkers. De hoogte van de akkers (het esdek) groeide hierdoor, wat nog steeds zichtbaar is door de lichte bolling van de akkers dicht bij het dorp.

Geijsteren werd voor het eerste vermeld in 1215 maar dit gebied is al sinds de Steentijd bewoond. Al die tijd was Geijsteren een boerendorp waar de inwoners bijna allemaal hun bestaan vonden in de landbouw. De historische lintbebouwing bestond voornamelijk uit boerderijen en lagen langs de Dorpsstraat, de weg tussen de esakkers naar de woeste gronden. Pas vanaf 1963 is Geijsteren in fasen aan de noordwestkant uitgebouwd tot het huidige compacte dorp.

Ook op het lage Maasterras direct naast de Maas liggen verspreid enkele boerderijen. Deze zijn gelegen op 1-3 meter hoge terpen, veelal opgestoven zandheuvels. Dit is bijzonder fraai te zien is bij kasteelhoeve De Boogaard bij de ingang van Geijsteren.

Oostrumse Beek. Meander. Steilwand

Heren van Geijsteren – Van halve en nabijgelegen heerlijkheden

De eerste heer van Geijsteren wordt vermeld in 1236. Omstreeks 1380 kwam de heerlijkheid Geijsteren, waarschijnlijk door koop, in het bezit van de familie Van Broekhuizen. Deze bezat al de naastliggende heerlijkheden Oostrum, met de burcht Spraland, en Oirlo. Geijsteren, Oostrum-Spraland en Oirle bleven afzonderlijke heerlijkheden met een eigen schepenbank, maar waren eeuwenlang onwrikbaar met elkaar verbonden door dezelfde heer.

Geijsteren werd in 1451 na de verdeling van de boedel van de kinderloos overleden heer van Geijsteren, Johan van Broekhuizen, onder zijn familieleden tweeherig. De ene helft van de heerlijkheid bleef in de familie van Broekhuizen. De andere helft kwam door vererving in de vrouwelijke lijn in de familie van Harff, die het 14 jaar later overdroeg aan de familie van Eyll ter vereffening van een schuld. De helft die in de familie van Broekhuizen was gebleven kwam daarna in 1476 door vererving via de vrouwelijke lijn in de familie Schellart van Obbendorf.

Nadat de heerlijkheid bijna anderhalve eeuw tweeherig was geweest, alhoewel er nooit een echte opdeling van Geijsteren heeft plaatsgevonden, kwamen de twee helften in 1592 weer in één hand toen Adam Schellart van Obbendorf met Maria van Eyll trouwde. De familie van Schellart van Obbendorfs bleef eigenaar van Geijsteren tot het in 1804 via vererving in vrouwelijke lijn in de familie van Hoensbroeck terechtkwam en twee jaar later via huwelijk in de familie de Weichs de Wenne. Deze laatste familie is nog steeds eigenaar van het 700 hectare grote landgoed Geijsteren, dat een groot deel van de gronden van de voormalige heerlijkheden Geijsteren, Oostrum en Wanssum omvat.

Pachtboerderij zwart witte luiken Geijsteren

Geijsteren – Regionaal bestuurscentrum

De heerlijkheid Geijsteren lag in de middeleeuwen in Opper-Gelre, een gebied dat een groot gedeelte van Noord- en Midden-Limburg en een deel van Noordrijn-Westfalen omvatte. Het was onderdeel van het bestuursdistrict Land van Kessel. Dit district liep van Kessel tot Venray en bevond zich tussen de Peel en de Maas, een belangrijke historische handelsroute.

Het Land van Kessel bestond uit 21 heerlijkheden. Nadat de laatste graaf van Kessel in 1279 zijn bezittingen in dit gebied aan de Graaf van Gelre had verkocht, waren de meeste heerlijkheden in het Land van Kessel eigendom van Gelre, alhoewel de heerlijkheid Geijsteren al sinds 1236 tot Gelre behoorde. Elf van deze 21 heerlijkheden vielen rechtstreeks onder de Graaf, en na 1339 hertog, van Gelre, de landsheerlijkheden. Deze waren bestuurlijk samengebracht in het Ambt Kessel. De Graaf van Gelre bestuurde het Ambt Kessel niet zelf, maar benoemde hiervoor een ambtman.

De tien andere heerlijkheden in het Land van Kessel waren eigen heerlijkheden die werden bestuurd door een plaatselijke heer. Deze heerlijkheden lagen wel in het Land van Kessel maar behoorden niet tot het Ambt van Kessel. De heerlijkheid Geijsteren, maar ook Oostrum-Spraland en Oirlo, waren zo’n eigen heerlijkheid.

De heren van Geijsteren speelden eeuwenlang een belangrijke politieke rol in Opper-Gelre ofwel het Overkwartier van Gelre. Ze bezaten diverse functies met hoog aanzien in het Overkwartier, zoals Ambtman van Kessel, Ambtman van Goch, Erfhofmeester van Gelre en Erfkamerling van Kleef. Door deze functies behoorden ze tot de vaste kring van raadslieden rond de hertog van Gelre. Daarnaast hadden zij zitting in de Staten van het Overkwartier.

In het Traktaat van Venlo van 1543 ter beëindiging van de oorlogen tussen Gelre en Brabant, kwam een einde aan de zelfstandigheid van Gelre en werd het onderdeel van de Spaanse Nederlanden. In 1673 besloot de Spaanse koning, geconfronteerd met een lege schatkist, de heerlijke rechten van de landsheerlijkheden van het Land van Kessel te verkopen. Op 11 december 1674 kocht de heer van Geijsteren ook nog de heerlijkheid Wanssum erbij.

Stadsrechten – Beoogd Militair steunpunt op de grens van Opper-Gelre en Brabant

Geijsteren ligt op de grens van het Land van Kessel en het Land van Cuijk, en daarmee op de grens van de huidige provincies Limburg en Noord-Brabant. Opper-Gelre waartoe het in de middeleeuwen behoorde was het stamgebied van het graafschap Gelre, dat in 1046 was ontstaan rondom de Duitse plaats Gelre. De Gelderse graven wisten in de eeuwen erna hun grondgebied aanzienlijk uit te breiden, vooral met de gebieden die vandaag de dag de provincie Gelderland vormen (Neder-Gelre).

Echter, er was geen directe verbinding tussen Opper- en Neder-Gelre. Daarom hadden de graven van Gelre ook hun zinnen gezet op het Land van Cuijk om een corridor naar Neder-Gelre te creëren, in het bijzonder nadat zij in 1279 het land van Kessel hadden verworven. Maar ook voor Hertogen van Brabant was het Land van Cuijk strategisch en economisch zeer belangrijk. Bij Cuijk (Ceuclum) kruiste de Romeinse Heerbaan naar Keulen via een stenen brug de Maas. Keulen was niet alleen een belangrijke handelsstad maar Hertog Jan I van Brabant bezat hier enkele gebieden en was bezig zijn grondgebied verder naar het oosten uit te breiden.

Vanwege het ontbreken van een goede militaire machtsbasis op de noordwestelijke oever van de Maas wilde Graaf Reinoud I van Gelre (1255-1326) er daarom een stad stichten. Op 16 november 1314 krijgt hij toestemming van de Rooms-Duitse koning Frederik om stedelijke vrijheden aan Wanssum te geven. Van dit voornemen is blijkbaar niets terecht gekomen, en op 1 augustus 1317 krijgt Graaf Reinoud I vervolgens toestemming om in plaats daarvan aan Geijsteren stedelijke vrijheden te verlenen. Maar ook deze plaats maakte er geen gebruik van.

Vanwege de strijd in het grensgebied tussen het Land van Cuijk en Land van Kessel werd de grens tussen Geijsteren en Maashees in de 14e-eeuw daarnaast tegen ongewenste bezoekers beveiligd met een landweer. Dit is een langgerekte, met doornstruiken begroeide wal voorzien van een gracht. Restanten van deze landweer zijn nog altijd tussen deze twee plaatsen aanwezig, in het bijzonder in de buurt van boerderij Jonkhof.

Kasteelruine Geijsteren

Kasteelruïne Geijsteren – Voormalig mottekasteel langs de Maas

De hoofzetel van de heren van Geijsteren was kasteel Geijsteren. Deze kasteelruïne dateert uit het begin van de dertiende eeuw. Het was toen een mottekasteel met een ronde woontoren met 1,8 meter dikke muren van mergel op een handgemaakte heuvel (een motte) met daaromheen een ringmuur met een middellijn van 23 meter. Deze ronde waterburcht stond in het moerassige gebied in het beekdal van de Oostrumse beek, die enkele tientallen meters verder in de Maas uitmond.

In de eeuwen na haar stichting ontwikkelde het kasteel zich tot een volwaardige en permanent bewoonde vesting. Zo werd een voorburcht toegevoegd en werd de hoofdburcht voorzien van een toren aan de westzijde. Zowel de hoofdburcht als de voorburcht zijn omgracht. De grachten werden gevoed door het water van de Oostrumse beek. Om het kasteel lag een, nog altijd deels aanwezige, aarden wal zodat het huis beschermd was bij hoogwater van de Maas.

Nadat de heerlijkheid Geijsteren in 1451 het eigendom van twee heren was geworden werd kasteel Geijsteren door beide heren gezamenlijk gebruikt. De ene heer woonde met zijn familie op de hoofdburcht en de andere op de voorburcht. Daarom had de hoofdburcht, behalve een toegang via een brug vanaf de voorburcht, ook een toegang aan de oostzijde. De beide heren sloten een Borchvrede, een contract waarin het gebruik en onderhoud van het kasteel geregeld werd.

Het kasteel is door de eeuwen heen diverse malen grotendeels verwoest en weer herbouwd. Ten tijde van de Tachtigjarige oorlog werd het in 1585 verwoest en in 1918 brandde het kasteel af. Nadat het kasteel in 1944 door een Engels bombardement verwoest was is het kasteel niet opnieuw herbouwd en is de ruïne in 2010 geconsolideerd.

Watermolen Geijsteren

Landgoed Geijsteren – Gevarieerd historisch cultuurlandschap

Landgoed Geijsteren omringd als een groene gordel de dorpskern van Geijsteren. Het 700 hectare grote landgoed ligt grotendeels in Geijsteren en Oostrum, maar gedeeltelijk ook in Wanssum, Maashees en Smakt.

Het adellijke landgoed ligt in een eeuwenoud cultuurhistorisch landschap met weiden en akkerlanden met daartussen lange lanen en singels, maar ook uit natuurgebieden met loof- en naaldbossen en vennen. De nog vrij meanderende Oostrumse beek doorkruist het landgoed. Verspreid over het landgoed liggen diverse pachtboerderijen, die duidelijk herkenbaar zijn aan de zwart-witte luiken. Ook in de kern van Geijsteren liggen diverse tot woonhuis verbouwde pachtboerderijen die eigendom zijn van het landgoed.

verrekijker

Bezienswaardigheden in Geijsteren

  • Kasteelruïne Geijsteren (Wanssumseweg 2). Ruïne van een mottekasteel met voorburcht in de uiterwaarden langs de Maas. Rondom kasteel en voorburcht lagen een door de Oostrumse beek gevoede gracht. Zuidelijk van het kasteel lagen een omgrachte tuin, welke nu vol staat met populieren.
  • Kasteelboerderij De Boogaard of Simonshof (Wanssumseweg 1). Herenboerderij uit de 17e-eeuw, die afwisselend kasteelboerderij en pachtboerderij was. Bij de boerderij staat een grote bakstenen ‘tiendschuur’ met zadeldak. In deze boerderij is tegenwoordig een restaurant gevestigd.
  • Historische pachtboerderijen van landgoed Geijsteren met hun zwart-witte luiken
    • De Grote Spiekert (Dorpsstraat 1)
    • De Kleine Spiekert (Dorpsstraat 5)
    • De Lindenhof (Dorpsstraat 7)
    • Peijtenhof (of Bazenhuis) (Alde Pastorie 5A). Op het erf van deze boerderij bevond zich tot 1881 ook de pastorie van de Geijsterse parochie.
    • Nieuwenhof (Sint Wilbertsweg 28)
    • Jonkhof (Sint Wilbertsweg 30)
  • Holtmeulen of Watermolen van Geijsteren (Sint Wilbertsweg 24). Deze watermolen werd voor het eerst vermeld in 1641. Het stenen molengebouw dateert van 1750 en is in 1961 ingericht als woonhuis. Het maalwerk is niet langer aanwezig maar het ijzeren onderslagrad met een diameter van 4,95 meter wordt tegenwoordig gebruikt voor het opwekken van elektriciteit.
    • Op Landgoed Geijsteren ligt in Oostrum een tweede watermolen aan de Oostrumse beek, watermolen De Rosmolen (De Rosmolen 1, Oostrum).
  • Sint Willibrorduskapel (Sint Wilbertsweg bij 30). Kapel in het bos van Landgoed Geijsteren op de plek van een voormalig heidens heiligdom. De kapel is in 1641 herbouwd op de plek waar de heilige Willibrord vroeger predikte en waar eerder een houten kerk stond. De kerk lag bij de grens tussen het Land van Kessel en het Land van Cuijk en buiten de St Willibrorduskapel bevind zich een replica van de oude grenspaal uit 1553. Ook bevind er zich naast de kapel een waterput uit rond 400 na Christus die van oudsher bekendstaat als heilige bron waarvan het water een genezende kracht voor oogziekten zou hebben en waar Willibrordus aankomende gelovigen doopte voordat er een kerkje stond.
  • Landweer (Sint Wilbertsweg bij 30). Langgerekte, met doornstruiken begroeide aarden wal voorzien van een gracht op de grens van Geijsteren en Maashees. Restanten van deze landweer zijn nog altijd tussen deze twee plaatsen aanwezig, in het bijzonder tussen de visvijver achter boerderij de Jonkhof en de Sint-Willibrordus-kapel.
  • Kerkhof (Wanssumseweg 2). Kerkhof op terp langs de Maas naast de plek waar al sinds de 10e-eeuw de kerk van Geijsteren stond. Deze kerk werd in 1944 verwoest en de nieuwe kerk is in 1949 herbouwd aan het dorpsplein in de historische dorpskern van Geijsteren.
  • Veldkapellen
    • Sint Annakapel (Maasheseweg bij 2). Veldkapel uit 1800
    • Maria- of Bongaertskapel (kruising Monendijk/Dijkweg). Veldkapel uit ongeveer 1700
    • Onze-Lieve-Vrouwe-van-Heimwee-en-Verlangenkapel (Sint Wilbertsweg bij 20). Kapelletje uit de 19e– eeuw
  • Landhuis Geijsteren (Maasheseweg 4). Landhuis uit 1954 dat is gebouwd nadat het kasteel in de tweede wereldoorlog was verwoest. Tussen landhuis en Maas ligt een parkachtige tuin en achter het huis het Sint-Annabos (niet toegankelijk).
bike

Activiteiten in Geijsteren

Eten en drinken

Eten & drinken

Overnachten

Overnachten in Geijsteren

  • B&B
    • Lindenhof (Dorpstraat 7).
    • De Jonkhof (Sint Wilbertsweg 30).
    • Logement de Heerlijkheid (Dorpstraat 19).
    • Kei Moj (Dorpstraat 26).
  • Camping

Landschap & Natuur rond Geijsteren

Geijsteren ligt aan de Maas in een afwisselend landschap met opvallende reliëfverschillen. Her en der zijn nog restanten van het eeuwenoude esdorpenlandschap zichtbaar, maar door ontginning van het gebied rond 1900 is het kleinschalige historische landschap grotendeels verloren gegaan. Het buitengebied van Geijsteren is wel nog steeds rijk aan bomenlanen en singels.

Parallel aan de Maas vallen enkele langgerekte landschapszones te onderscheiden. Direct langs de Maas ligt de overstromingsvlakte met graslanden. Op sommige plekken liggen nog Maasheggen in de uiterwaarden, die gebruikt werden als perceelscheiding en als opvang van vruchtbare slib na het terugtrekken van hoog Maaswater. In droge perioden is het zand dat door de Maas is afgezet opgestoven en zijn rivierduinen gevormd, die de basis vormen voor de terpen waarop de boerderijen in de buurt van de Maas staan.

Achter deze overstromingsvlakte ligt het Laagterras en daar weer achter het Middenterras. Op de terrassen liggen oude Maasmeanders, zoals in de Nieuwlandse bossen en het Geijsterense ven. In deze oude meanders liggen nog relicten van de Maasgeul die gevoed worden door kwelwater vanuit de hogere zandgronden, waardoor er stromende beken in liggen die uitmonden in de Oostrumse beek. Ook vind er veenvorming plaats in de naast de oude Maasgeul gelegen broekbossen (o.a. Geijsterense ven). Op het Maasterras liggen aan de hoge zijde van Geijsteren de oude esgronden aan beide zijden van de Oostrumse weg, nog steeds herkenbaar aan een lichte bolling van de akker.

Daar weer achter liggen de hogere zandgronden. Deze zijn na de laatste ijstijd ontstaan toen de wind een laag dekzand op het aanwezige erosiedalenlandschap afzette. Hierdoor ontstond een golvend dekzandlandschap waar de Geijsterender Heide lag. In de late middeleeuwen heeft door overexploitatie vaak ook nog zandverstuiving plaats gevonden. Ook lagen hier bossen voor de jacht en voor het weiden van het vee en deed het hout dienst als bouwmateriaal en brandstof. Hoe dit stuifduinenlandschap er toen uitzag is nog goed te zien in het direct westelijk van Geijsteren gelegen Natura 2000 gebied Boschhuizerbergen. De voormalige woeste gronden in Geijsteren zijn in de loop van de 19e– en 20e-eeuw ontgonnen en tot landbouwgrond en bos omgevormd.

De Oostrumse beek die dwars door Geijsteren stroomt is 20 kilometer lang en ontspringt in de Hoge Peel. Hij is diep ingesleten in de hogere zandgronden en Maasterrassen, met op diverse plekken fraaie steilranden. Door haar lagere ligging wordt hij bovendien voortdurend gevoed door kwelwater vanuit de hoge zandgronden. De Oostrumse beek is een laaglandbeek met een gering verval en lage stroomsnelheid en heeft op landgoed Geijsteren nog haar oorspronkelijke meanderende loop. De Oostrumse beek is rijk aan vis en is tegenwoordig ook weer vrij optrekbaar van af de Maas.

Langs de Oostrumse beek liggen op diverse plaatsen nog overblijfselen van de oorspronkelijke beemden, gekenmerkt door kleine kavels met perceelscheidingen bestaande uit houtwallen, elzensingels of sloten die loodrecht op de beek staan (onder andere achter Oostrumseweg 32 en langs de Rosmolen).

De oudere bossen van Landgoed Geijsteren zijn gemengde bossen, voornamelijk bestaand uit grove den en zomereik, die door hun afwisselende opbouw het leefgebied vormen van een gevarieerde bosflora en –fauna. Er komen grote populaties bosvogels voor en op de hoger gelegen zandgronden rondom Geijsteren leeft de das. De vochtige beekdalen en oude maasmeanders zijn rijk aan amfibieën.