De 10 kleinste Steden van Noord-Brabant

4 minuten leestijd

Noord-Brabant is na Zuid-Holland en Noord-Holland de provincie met het grootste aantal inwoners van Nederland. Deze wonen grotendeels in middelgrote steden van 25.000 – 250.000 inwoners, waaronder ‘s-Hertogenbosch, Breda en Eindhoven. Maar er liggen ook tien steden met minder dan 8.000 inwoners in deze provincie. De stadskernen van zes van deze tien kleine stadjes hebben de status van beschermd stadsgezicht, als erkenning van hun cultuurhistorische schoonheid.

Top 10 – Kleinste steden van Noord-Brabant

  1. Heusden. Vestingstad met 1.300 inwoners aan de Bergsche Maas op het scharnierpunt tussen de Oud Hollandse en Zuiderwaterlinie.
  2. Megen. Middeleeuws stadje met 1.635 inwoners dat ontstond ten oosten van een, inmiddels verdwenen, kasteel op een landtong aan de Maas. Megen was de hoofdstad van het kleine, eeuwenlang autonome, ministaatje Graafschap Megen en was in eerste instantie omringd door een stadsmuur waarvan de veertiende-eeuwse Gevangenenpoort nog resteert. Later werd, het toen inmiddels van een eenvoudige omwalling voorziene, Megen opgenomen in de Zuiderwaterlinie.
  3. Willemstad. Vestingstad met 2.080 inwoners aan de getijderivier het Hollands Diep op de grens met Zuid-Holland. De vesting Willemstad was onderdeel van de Zuiderwaterlinie en de vesting is nog altijd bijna volledig intact.
  4. Oerle. Vrijheid met 2.970 inwoners waarvan de kern wordt gevormd door het door zes rijksmonumentale boerderijen en een kapelletje omgeven, pittoreske marktveld van het gehucht Zandoerle. De Vrijheid Oerle bestond uit Zandoerle en negen omringende gehuchten. De kerk stond in Kerkoerle, het huidige Oerle. De Vrijheid Oerle is tegenwoordig grotendeels onderdeel van de gemeente Veldhoven.
  5. Ravenstein. Vestingstad met 3.145 inwoners. Hier werd, vanuit het toenmalige kasteel Ravenstein, tol op de Maas geheven en werd het ministaatje Land van Ravenstein geregeerd. Rondom het kasteel ontstond een nederzetting dat stadsrechten kreeg. Bovendien lag Ravenstein op de grens met Gelre waardoor het uitgroeide tot een belangrijke grensvesting die al in 1509 moderne vestingwerken kreeg waarvan delen resteren.
  6. Mierde. Vrijheid bestaande uit drie plattelandsdorpen: Lage Mierde, Hooge Mierde en Hulsel. De kern van Mierde, dat 3.560 inwoners telt, lag in Lage Mierde met het bestuurscentrum en het huidige Dorpsplein als de marktplaats.
  7. Woudrichem. Vestingstad met 4.655 inwoners op de grens van drie rivieren (Merwede, Waal en Maas) en drie voormalige landen (Brabant, Gelre en Holland). Woudrichem hoorde tot 1815 bij Holland en was de zuidelijkste vesting van zowel de Oude als de Nieuwe Hollandse Waterlinie. De vestingwerken van Woudrichem zijn nog bijna volledig intact.
  8. Klundert. Vestingstad met 5.560 inwoners gelegen vlakbij de getijderivier het Hollands diep op de grens met Zuid Holland, aan beide zijden van de toenmalige handelsweg tussen de toenmalige handelsstad Breda, via de rivier de Mark, en Holland. Het langgerekte middeleeuwse stadje kreeg in 1582 moderne vestingwerken en werd opgenomen in de Zuiderwaterlinie. De noordelijke en zuidelijke delen van de vestingwerken zijn goed bewaard gebleven.
  9. Geertruidenberg. Vestingstad met 7.170 inwoners. Dit stadje was is de oudste stad van Holland (het is pas in 1813 bij Noord-Brabant gevoegd) en was al in de middeleeuwen een belangrijk handelscentrum. Dit is nog steeds goed zichtbaar is aan het centraal gelegen, door geschoren lindebomen en historische panden omgeven, langgerekte geplaveide marktplein. De vestingwerken van het stadje zijn diverse malen afgebroken en weer opgebouwd, en resteren tegenwoordig nog aan de west- en noordzijde.
  10. Hilvarenbeek. Vrijheid met 8.115 inwoners waarvan de historische marktplaats, het met gras bedekte intieme Vrijthof omringd door bomen en karakteristieke historische panden, waaronder de veertiende-eeuwse Sint-Petrus’-Bandenkerk met haar imposante 74 meter hoge toren, al eeuwenlang het centrum vormt.

Zeven van de tien kleinste steden in Noord-Brabant zijn vestingsteden langs de Maas, de noordgrens van Noord-Brabant. Tijdens de tachtigjarige oorlog (1568-1648), of soms zelfs eerder (Ravenstein), kregen deze militair strategisch gelegen middeleeuwse stadjes, of zelfs dorpjes (Willemstad), moderne vestingwerken. Met uitzondering van Woudrichem, dat tot 1815 bij Holland hoorde en onderdeel was van de Hollandse waterlinies, zijn de andere kleine Noord-Brabantse vestingsteden rond 1698 voorzien van inundatiewerken en opgenomen in de Zuiderwaterlinie. Deze waterlinie diende om Nederland ten noorden van de grote rivieren en de Westerschelde, te beschermen tegen aanvallen van Fransen en Spanjaarden vanuit het zuiden. De vestingwerken van de meeste van deze stadjes zijn nog (grotendeels) intact.

Marktveld.Zandoerle.3

De andere drie kleine Noord-Brabantse stadjes zijn vrijheden, een bijzonder type stad waaraan de hertog van Brabant een beperkt aantal middeleeuwse stadsrechten heeft verstrekt, maar die zich niet mochten voorzien van verdedigingswerken. Deze marktsteden lagen langs belangrijke handelsroutes, met aan deze landroutes een marktplein waar lokaal geproduceerde agrarische- en nijverheidsproducten verhandeld werden. Deze historische marktvelden en -pleinen omringd door historische gebouwen zijn ook tegenwoordig veelal nog wondermooie locaties, maar nu om een terrasje te pakken.

verrekijker

Wat is er te zien en doen in de kleinste steden van Noord-Brabant

Waterpoort, stadspoort van Woudrichem aan de Merwede